vrijdag 29 maart 2013

Shackleton: een klasse apart



Maar wie was deze fameuze Shackleton nu eigenlijk? Sir Ernest Henry Shackleton werd geboren in 1874 in Ierland. Hij leidde drie Britse expedities naar de Zuidpool en werd daarbij één van de meest befaamde figuren die een rol speelde in de zogenaamde ‘heroic age of Antartic exploration’. Tijdens zijn eerste expeditie als teamleider slaagde hij erin om de Zuidpool tot op 180 km te benaderen, het zuidelijkste punt ooit. Daarvoor werd hij opgenomen in de Ridderorde.

Nadat de race naar de Zuidpool eindigde in 1911 met de verwezenlijking ervan door Roald Amundsen met slechts enkele dagen voorsprong, nam Shackleton zich voor om de eerste te zijn die het Antarctische continent overstak over land via de Zuidpool. Het begin van de meest legendarische pooltrip ooit. Op 8 augustus 1914 vertrok de Endurance richting Buenos Aires. Van daar ging het richting South Georgia. Na ongeveer een maand vertrok het schip dan op 5 december eindelijk richting Antartica. Hoewel het eigenlijk zomer was, kwam het ijs hen al na enkele dagen tegenmoet, veel noordelijker dan gewoonlijk het geval was. Op 14 december was het ijs al dik genoeg om het schip gedurende 24u tot stilstand te brengen. Drie dagen later was dat opnieuw het geval. Het voorspelde niet veel goeds. Een goeie maand later kwam het schip pas echt goed vast te zitten en dreef steeds meer zuidelijk met het ijs mee. Er werd met man en macht geprobeerd haar te bevrijden met zagen en ijshouwelen, maar de pogingen bleken zinloos. Voor Shackleton en zijn mannen zat er weinig anders op dan de winter in het pakijs door te brengen. 

Ondertussen dreef het schip terug noordwaarts met het pakijs. Met het inzetten van de winter, nam de ijsmassa steeds meer toe. De ijsplaten begonnen te breken en over elkaar te schuiven. De Endurance kwam in nauwe schoentjes te zitten. De druk op het schip verhoogde almaar. Niet veel later vertoonde het schip de eerste barsten. Na enkele dagen, op 27 oktober bij een temperatuur van -25°C, gaf Shackleton uiteindelijk het bevel het schip te verlaten. Alle levensmiddelen, de honderd sledehonden en enkele persoonlijke bezittingen werden van boord gehaald. Daar zaten ze dan, gestrand op 500 km van het dichtstbijzijnde vasteland. Twee pogingen om te voet het vasteland te bereiken faalde. Er zat niets anders op dan een kamp op te zetten en te wachten op het smelten van het pakijs zodat ze zich met hun reddingsboten een weg konden banen uit het ijs. Het kamp kreeg de naam ‘Patience camp’. Dit kamp zou drie maanden lang hun thuis worden. 

De drift bracht hen steeds verder naar het noorden. Op 8 april begon de ijsplaat waarop hun kamp was gevestigd plots te breken. Shackleton besloot dat het tijd was om de reddingsboten klaar te maken voor vertrek. In tussentijd waren ze genaderd tot op 160 km van het dichtstbijzijnde eiland, Elephant Island. Na drie dagen varen berekende Worsley dat ze nog geen vooruitgang hadden geboekt. In tegendeel, de weersomstandigheden hadden hun boten 50 km meer naar het zuiden gedreven. De boottocht zou uiteindelijk 6 dagen duren bij temperaturen tot -30°C..
Shackleton besefte dat redding nog niet meteen nabij was. Het eiland was onbewoond en werd immers zelden of nooit bezocht door walvisvaarders. Er zou niets anders opzitten dan de overtocht te maken naar South Georgia, een tocht van maar liefst 1200 km over een oceaan die bekend staat om zijn stormen. 

Na aanpassingen aan één van de reddingsboten, genaamd de James Caird, ging het gezelschap op 24 april 1916 in het amper 7 meter grote bootje op weg. Als hun navigatie er slechts een halve graad naast zou zitten, zouden ze het eiland missen en voorgoed verdwijnen in de onmetelijke oceaan. Na een ijskoude tocht waarbij hun kleren regelmatig met ijswater doordrenkt raakten, kwam op 8 mei South Georgia in zicht. Twee dagen later, na een orkaan te hebben doorstaan, ging het zestal aan land in King Haakon Bay aan de zuidkant van het eiland. De enige bewoonde nederzettingen bevonden zich echter aan de noordzijde. Shackleton, Worsley en Crean voorzagen de onderzijde van hun schoenen met houten vijzen van hun schip en begonnen aan de 51 km lange overtocht naar de noordzijde over een steil berglandschap en verraderlijke gletsjers. Zonder rust of slaap bereikten ze amper 36 uur later de basis van de walvisvaarders in Stromness Bay. Het verhaal gaat dat wanneer hij bij aankomst in het kamp zijn naam bekend maakte aan de leider van de walvisvaarder, deze in tranen uitbarstte. Eindelijk waren ze in veiligheid. 

Het zou nog vier pogingen vragen vooraleer Shackleton met een walvisvaardersboot kon terugkeren naar Elephant Island om zijn mannen in veiligheid te brengen. Wanneer het kamp in zicht kwam, telde hij zijn mannen: ze waren er nog allemaal. Midden augustus 1916, meer dan drie maanden nadat Shackleton zich op weg begaf om redding te zoeken voor zijn crew, konden ze dan eindelijk ontzet worden van het eiland. Ze werden in Punta Arenas onthaald als helden. 

De tocht die Shackleton en zijn mannen ondernamen over het vasteland van South Georgia, werd recent nog eens overgedaan door drie ervaren bergbeklimmers, in goede gezondheid en uitgerust met het beste materiaal. Zij deden er drie dagen over…

Shackleton stierf in 1922 aan een hartaanval op South Georgia tijdens de voorbereiding van een volgende expeditie. Hij werd begraven op het kerkhof in Grytviken, Cumberland Bay in South Georgia.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten