vrijdag 15 maart 2013

De kust



Peruviaanse pelicaan, Peruviaanse Jan-van-Genten en Incastern 
Di 12/03 – Na een verkwikkende  nacht en wat inkopen ging het richting Montemar, een stadje wat verder aan de kust. Uit vorige reisverslagen konden we opmaken dat dit een goede plaats was om Incastern te zien, een van onze favoriete doelsoorten. Wanneer we de locatie bereiken, trekt onmiddellijk een grote, volledige witgekalkte rotsformatie onze aandacht. Snel verrekijker en telescoop tevoorschijn toveren. En ja hoor, het is prijs! De volledige rots zit vol met zeevogels: Peruviaanse Jan-van-Genten en pelikanen, Neotropic cormorants, Steenlopers,Surfbirds en jep, ook een hoop Incasterns. Heel leuke beesten, zo met die witte naar buiten krullende snorretjes J Ook een kolonie zeeleeuwen heeft de rots uitgekozen als rustplaats. ’t Is een gezellige bende. Een hoop friemelende dikke worsten die kriskras door, onder, op  en over  elkaar liggen en af en toe beweegt er eens een flipper heen en weer of wordt er wat gespeeld. Ze lijken even hard van de zon te genieten als wij. Enkele proberen vanuit de zee de rots op te geraken, maar met de sterke stroming is dat niet altijd even evident. Pardoes terug de zee in. Een leuk schouwspel. Het scannen van de zee levert verder nog een flinke reeks Guanay en enkele Roodpootaalscholvers op, een vermoedelijke Zuidpooljager en twee Humboldt pinguins.
Monding Rio Aconcagua

Wat verderop aan de kust bezoeken we de monding van de Rio Acongagua. Een knap gebied afgezoomd door hoge duinen. Helaas staat de rivier zo goed als droog en hoeven we dus niet meer te hopen op enkele van de voorspelde watergebonden soorten. Toch levert een wandeling door het gebied nog enkele andere leuke soorten op. Een mooie waarneming van Tufted tit-tyrant, een kruising van een mees en een vliegenvanger met een geinig kuifje op zijn kop. Ook Des Murs’ wiretail verrast met zijn bijzondere staart met lange draadachtige veren. Enkele kalkoengieren zweven rustig door het luchtruim en spelen wat op de wind. Verder nog noemenswaardig: Spectacled tyrant en Great shrike-tyrant.
Daarna verlieten we de kust en trokken het binnenland in, naar Olmue.


Woe 13/03: Vanuit Olmue is het niet ver rijden naar La Campana. Dit natuurgebied is zo’n 80 km² groot en wordt gevormd door een reeks valleien, ravijnen en bergen tot 2200 m hoog. De bergwanden zijn bekleed met verschillende types bos. Het is een van de laatste plaatsen waar nog oer-palmbos te vinden is. Nadat we onze wagen beneden achterlieten is het klimmen geblazen. Ter hoogte van de eerste picknickplaats zien we enkele Thorn-tailed rayadito’s en Tufted tit-tyrants. Wat hogerop horen we verschillende Tapaculo’s maar krijgen er ondanks veelvuldig proberen helaas geen enkele te zien. Wel trekt iets anders onze aandacht: een grote harige vogelspin kruist ons pad. Eerste keer dat ik er eentje live te zien krijg. Cool! Ondertussen volgen twee straathonden ons trouw als honden kunnen zijn. Van vogels kijken komt niet veel meer in huis. Tijd om naar het volgende gebied te vertrekken.
Ons volgende bezoek brengt ons naar Estero Lampa. Na lang zoeken blijkt het meer geen water meer te bevatten. We vermoeden dat Chili een lange droge zomer achter de rug heeft.  Ook het meer van Batuco staat zo goed als droog. Gelukkig beweegt er wel nog wat in de struiken…en op de grond. Ons eerste konijnuiltje! Dit kleine uiltje dankt haar naam aan het feit dat ze in oude konijnenholen broedt. Overdag staan ze vaak buiten op hun lange poten van de zon te genieten, zoals nu het geval is. Onze lange zwerftocht rond het meer en over privédomeinen op zoek naar een toegangsweg  leverde dan toch nog iets op.
Konijnuiltje op de uitkijk
 ’s Avonds ging het richting Santiago, waar Gerald een hotel geboekt had in het centrum van de stad. Zoals iedereen weet, moet je niet op het spitsuur een hoofdstad proberen binnenrijden. File  troef! Onze GPS helpt de chaos nog groter te maken door onduidelijk instructies te geven en ons in rondjes in de hoofdstad rond te laten toeren in alle drukte. Na een uur hebben we onze buik er meer dan vol van en besluiten op zoek te gaan naar een hotel in  Lo Bernechea, een stad aan de oostrand van Santiago. Deze stad vormt in de winter de uitvalsbasis van vele skiërs, dus voldoende hotels aanwezig. Onze GPS gidst ons naar een leuk hotel aan de rand van de stad. Een statige ontvangsthal met open haard en een ruim salon, een ruime glaspartij en een terras met een schitterend uitzicht over de Andes doen ons gelijk alle drukte vergeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten