dinsdag 16 april 2013

South Georgia




Walvisvaardersboot Grytviken (PolE)
12/04 – Eindelijk is het zover. Na dagen verlangend op haar kustlijn uitgekeken te hebben, mogen we eindelijk voet aan land zetten op het legendarische South Georgia van Ernest Shackleton. De stemming is uitgelaten. Rugzakken, velcrobanden en schoenzolen worden nog gecontroleerd op aanwezigheid van eventuele zaden die van elders zijn meegereisd en mogelijk een probleem zouden kunnen vormen mochten ze vrucht schieten op het eiland. Enkele jaren geleden werd immers op een dergelijke manier ongewild Bitterkers geïntroduceerd. Die is beginnen woekeren en ze ondervinden veel problemen om de verdere verspreiding ervan tegen te gaan.

Pelsrobpup (PolE)
Maar goed, terug naar onze uitstap. Na een inleidend praatje waarin de do’s en don’ts nog even worden meegegeven, gaan we tegen 8u30 aan boord van een reddingsboot die ons naar het eiland brengt. We meren aan in het oude walvisvaardersstation van Grytviken. Het station is verlaten sinds 1965. De verroeste walvisvaarderboten, die ondertussen 60 jaar onaangeroerd in het water liggen, zijn samen met de vele walvisbeenderen, roestige gebouwen en resterende machines stille getuigen van de activiteiten die hier vroeger plaatsvonden.

Graf Shackleton (PolE)

Van Grytviken gaat het naar de begraafplaats waar het graf van Shackleton en zijn rechterhand Frank Wild gelegen is. Dan is het tijd voor een meet en greet met de pinguïns. We slalommen tussen de grommende Pelsrobben door die verspreid liggen langs het strand en begeven ons naar een locatie wat verderop in de baai waar we eerder vanochtend vanaf het schip een groep Koningspinguïns zagen staan. Een groep jonge Zeeolifanten kijkt ons meewarig aan als we langslopen. En dan is het eindelijk zover: een Koningspinguïn staat wat verderop op het strand. We begeven ons wat dichterbij en maken ons klein. En ja hoor, dat volstaat om de interesse van deze pinguïn te wekken. Voorzichtig komt hij dichterbij geschuifeld tot op een meter of vijf. Fototoestellen klikken wild. Dan bedenkt hij zich, poest even zijn veren, keert zich langzaam om en schuifelt op zijn gemak weer weg. Wanneer we boven de Tussacgraspollen uitkijken, zien we nog 19 van zijn soortgenootjes bij de rivier staan 100 meter verder landinwaarts. Overal verspreid op de vlakte liggen Pelsrobben in het gras, her en der in het gezelschap van Zeeolifanten. Enkele jonge dieren spelen in het water. Een groep stekelstaarten vliegt over. Het lijkt Eden wel: ongerept en puur, vol dieren en geen enkel teken dat de aanwezigheid van de mens verraadt. We voelen ons bevoorrecht.

Koningspinguin (PolE)

 Wanneer we terugkeren naar het dorp, zien we, verscholen tussen de Tussacpollen, twee mannetjes Zeeolifant vreedzaam liggen. Wat een joekels! Ze zijn wel bijna 5 meter lang en kunnen tot 3700 kg wegen. Helaas stinken ze ook even hard als ze groot zijn J Nog een bezoekje aan het museum en dan weer aan boord. Het was een mooi dagje.
 
Zeeolifant (PolE)
16/04 – Van South Georgia ging het in een trek door naar de Falklands. Het weer zat ons eindelijk wat mee en helikoptervluchten leverden nog twee Zuidelijke butskoppen en een Potvis op. Vanochtend zijn we aangekomen op de Falklands en nu liggen we in de baai voor Port Stanley te wachten tot we van boord kunnen. Ezelspinguins, Rockhoppers en Koningspinguins staan ons alvast op te wachten op het strand... :-)

vrijdag 12 april 2013

Go west


Antarctic prion (PolE)

08/04 – Helaas.  Het nachtelijke werk bleek tevergeefs. De CTD leverde niets op, de boringen mislukten omdat het sediment te hard was en de OFOS kon geen gasbellen waarnemen. Teleurstelling alom. Maar geen tijd te verliezen. We zetten onze tocht verder naar het noorden om rond de eilandenboog opnieuw op zoek te gaan naar vents in de buurt van enkele onderwatervulkanen. Net als ik wil aanschuiven aan het ontbijt, meldt Holger dat er een vogel op het dek zit. Het blijkt om een Antarctic prion te gaan. Het beestje is op het schip geland, maar kan niet meer opstijgen. Een helpend handje en weg is hij, glijdend over de golven.

Na een relatief kalme periode, neemt het aantal vogelsoorten weer wat toe. Met vier soorten albatrossen mogen we niet klagen: Reuzen- en Wenkbrauwalbatros, Light-mantled sooty en Grey-headed. Ook opnieuw Kerguelen petrel.

Zuidkaper (PolE)
09/04 – Het schip is weer een en al bedrijvigheid. Beneden wordt druk gewerkt om de volgende boringen voor te bereiden en de beelden van de Hydrosweep en Parasound te analyseren. Terwijl we stilliggen op station, duikt opnieuw een Zuidkaper op vlak bij de boot. Als we dachten dat niets onze vorige waarneming van de dichte Zuidkaper kon overtreffen, waren we mis. Nieuwsgierig draait hij een tijdje rondjes rond de boot terwijl hij bellen doet opborrelen en bijna tegen de romp van het schip aanschurkt. Opnieuw overal ‘ooooh’ en ‘aaaaah’. Het ene fototoestel klikt nog sneller en gedrevener dan het andere. Het blijft fascineren, zo’n dichte walvis. Wanneer het schip haar route richting South Georgia verder zet, laten we Wallie achter. 

10/04 – Opnieuw mistig. Zucht. Gelukkig breekt de zon af en toe eens door het lage wolkendek heen. De stations van de voorbije dagen leverden eindelijk wat positieve resultaten op. In de vulkanische zone ten noordwesten van de South Sandwicheilanden werden verscheidene indicaties van hydrothermale activiteit ontdekt. Aangezien nu de tijd ontbreekt om deze vents meer in detail te onderzoeken, zullen ze onderdeel uitmaken van een toekomstig project waarbij ze deze zones met een onderzeeër opnieuw zullen bezoeken.

Sneeuwstormvogel (PolE)
Naarmate we opnieuw dichter bij South Georgia komen, nemen de aantallen Konings-, Ezels- en Macaronipinguins en Pelsrobben opnieuw toe. Heel even stijgt de spanning op de brug wanneer net voor de boot een vin kort door het water breekt. Beaked whale? Hoewel we er met 5 man naar zoeken, duikt ze niet meer terug op. Het zal een mysterie blijven. Helaas. Een Sneeuwstormvogel vervoegt het schip opnieuw en blijft lange tijd met ons meevliegen. We begeven ons naar buiten om dit zalig mooie vogeltje wat beter te kunnen bekijken. De nieuwsgierigheid is blijkbaar wederzijds, want niet veel later komt hij op zo’n meter voor ons hangen om die rare wezens eens van naderbij te bekijken. Terwijl we ons best doen om er een foto van proberen te maken,  komt hij al biddend boven ons hangen, als een klein engeltje, om te kijken waar we mee bezig zijn. Zalig!

Multinet (PolE)
Om een verklaring te zoeken voor de feeding frenzy van de Bultruggen van vorige week, hebben we Birgit gevraagd de waterkolom op de betreffende locatie te bemonsteren met een multinet. Hierbij worden op verschillende diepten waterstalen genomen waarbij we een zicht krijgen op de aanwezigheid van plankton en ander waterleven in dat bepaald deel van de waterkolom. Wat krill, kiezelwieren, copepoden, een enkele predatorworm,… altijd leuk zo een blik te werpen op de onderwaterwereld.

 Tegen de avond bereiken we opnieuw South Georgia. Er wordt nog tot laat in de nacht druk gewerkt op het werkdek. Verschillende boringen vinden plaats en een OFOS wordt uitgevoerd. De verlichting bij de werkzaamheden oefent de nodige aantrekkingskracht op de zeevogels uit. Het duurt dan ook niet lang eer we de eerste melding krijgen van een Antarctische prion die op het schip is geland. Niet veel later volgt ook een South Georgia Diving petrel. We helpen hen een handje en zetten hen opnieuw overboord. Ondertussen is het 23u15 geworden. Tijd om m’n bed in te kruipen, want morgen om 6u begint de telling opnieuw.

maandag 8 april 2013

Een sprankeltje hoop



Snow petrel (PolE)

06/04 – De boringen van gisterenavond vormen het belangrijkste gespreksonderwerp aan de ontbijttafel. De wetenschappers konden tijdens vier verschillende boringen sedimentstalen uit de oceaanbodem bovenhalen,  tot 19 meter diep. Deze specifieke site was voor hen van bijzonder belang omdat onderzoek tijdens een vorige cruise uitwees dat deze sedimenten bijna uit puur silicium bestaan, silicium afkomstig van restanten van diatomeeën. Een succes en een opsteker voor de wetenschappers aan boord.

Na onze uitstap richting oost langs de 60e breedtegraad, gaat het nu opnieuw naar het noorden. Daar willen de bodemonderzoekers nog enkele mogelijk interessante stukken van naderbij bekijken, in de hoop toch nog seeps te vinden. De tijd kort af en iedereen wordt een beetje nerveus. De OFOS heeft het al twee keer begeven door technische mankementen, wat de kansen op het vinden van seeps alleen maar verder doet afnemen.

Bulrug op z'n rug (PolE)
Onze zuidelijke route brengt een nog nieuwkomer met zich mee: een Snow petrel brengt kortstondig een bezoek aan de boot vooraleer hij zijn weg over de oceaan verder zet. Zijn zuiver witte verenkleed maakt hem bijna onzichtbaar tegen de witgrijze lucht. Leuk, want toch voornamelijk een soort die je normaal gezien in de buurt van het ijs aantreft. Nu de South Sandwicheilanden weer dichterbij komen, profiteren we van het droge weer en de goede zichtbaarheid nog even om een helikoptervlucht rondom Bristol Island uit te voeren. Resultaat: 26 Bultruggen, waarvan twee uit het water opspringend, en één Zuidkaper. Niet slecht, op twee uur tijd J  Toch blijft de diversiteit aan zeezoogdieren opvallend laag. Weinig Gewone vinvissen, geen Blauwe vinvis, geen Dwergvinvis, slechts één soort dolfijn, enkel Pelsrobben,…  Maar we klagen niet ;-)

Bultrug (PolE)
’s Avonds nog een stukje Tarantino meepikken met Inglorious basterds en dan weer naar bed.

Flare gedectecteerd door de Parasound (AWI)
07/04 – Groot nieuws! Vanochtend rond 8u werd een zeer waarschijnlijke ‘flare’ ontdekt met de Parasound, een toestel dat continu de structuur van de oceaanbodem vastlegt terwijl we varen. Deze ‘flare’ wordt gevormd door een reeks opstijgende gasbellen in de waterkolom wat kan  wijzen op de aanwezigheid van seeps. Het schip maakt onmiddellijk rechtsomkeer naar de locatie waar de flare twee uur eerder werd opgepikt. De meetapparatuur wordt in gereedheid gebracht. Iedereen is in hoogste staat van paraatheid. Bij aankomst vaart het schip vier keer over de locatie om de waargenomen structuur in de waterkolom beter in beeld te brengen. Het ziet er goed uit. Een CTD wordt neergelaten, waarbij op verschillende  diepten stalen genomen worden van de waterkolom. De chemische samenstelling van het water kan het vermoeden van een seep al dan niet bevestigen. Nu is het afwachten geblazen.
Terwijl iedereen vol spanning wacht op de resultaten van de CTD, zorgen twee Bultruggen vlak bij het schip voor de nodige verstrooiing. Het wordt donker. Vannacht zal, bij gebrek aan een goed werkende OFOS, een andere onderwatercamera naar de oceaanbodem afzakken om beelden proberen te maken van de door de Parasound waargenomen structuur. Fingers crossed!

vrijdag 5 april 2013

Over de wilde baren



03/04 - Ondertussen is de storm in volle furie losgebarsten. Golven rijzen hoog op en slaan wild over de boeg van het schip. De wind trekt aan tot 10 beaufort. De Polarstern schommelt ruig heen en weer. Iedereen beweegt mee op haar rollende ritme en doet zijn uiterste best om overeind te blijven, al is dat op momenten geen eenvoudige opdracht. Het is een beetje als simultaan dronken zijn, maar dan zonder drinken. Wanneer het schip door de golven wordt opgetild lijk je loodzwaar te wegen en geraak je nauwelijks vooruit, het volgende moment zweef je als een pluimpje door de gangen. Het werkdek wordt overspoeld door hoge golven en is dan ook verboden terrein tot de wind weer wat geluwd is en de storm gaat liggen;

In beschutting van Montagu eiland (Copyright Thomas)
Aangezien de weersomstandigheden niet toelaten het onderzoek met de Hydrosweep en de OFOS verder te zetten, zoekt het schip vannacht de beschutting op van Montagu Island, het derde zuidelijkste eiland van de South Sandwich reeks. We zullen hier blijven liggen tot de wind afneemt en de trip weer kan worden voortgezet onder meer optimale omstandigheden.

04/04 – Tegen 13u is de wind voldoende afgenomen tot een 7 beaufort en kan het schip haar route en wij ons werk hervatten. We varen eerst oostwaarts om daarna richting zuiden af te zakken tot nabij de 60e breedtegraad. Daar zullen, als de weersomstandigheden het toelaten, nog enkele boringen en metingen worden uitgevoerd. Naast enkele Southern fulmars, Cape petrels, Zuidelijke reuzenstormvogels en wat Blue petrels ook onze eerste Zuidpooljager. Het befaamde zesde continent schuift langzaam maar zeker dichterbij…


Het werkdek wordt overspoeld door golven (Copyright Thomas)

dinsdag 2 april 2013

Zeeleven




OFOS

02/04 – De voorbije dagen zijn vrij rustig geweest. Eenzame ijsschotsen langzaam schoven voorbij als eilanden in de uitgestrekte oceaan met pinguins als hun enige gezelschap. Onze eerste Sooty albatros. Het schip vaarde regelmatig urenlang tegen heel lage snelheid om de OFOS zijn werk te laten doen. Met deze nogal groot uitgevallen onderwatercamera proberen de onderzoekers op de oceaanbodem te zoeken naar sporen van hydrothermale activiteit: de befaamde ‘vents’ dus. Leuk om de wezens van de diepzee eens live in beeld te krijgen: diepzeekoralen, sponzen, krabben, vissen, kwallen etc… Voor de wetenschappers is het uren turen naar livestream beelden van de oceaanbodem op een computerschermen hopen op veranderingen in fauna en sedimentkleur. Voorlopig nog zonder succes. 

Een beeld van de oceaanbodem op 720 meter diepte (OFOS)
Hoewel er normaal gezien niet geteld wordt tijdens dergelijke transecten, bewees Henri vandaag nog maar eens dat een walviskijker altijd alert moet blijven. Een Zuidkaper benaderde de boot tot op slechts 20 meter en liet zich urenlang uitgebreid bewonderen. De ruwe eeltkorsten op de kop, de hoge gebogen mondlijn, de spuitgaten, de diepe kerven op het lichaam,… alles werd uitgebreid geshowd.  Telkens hij aan de oppervlakte verscheen spoot zijn V-vormige fontein met een hese zucht op en bij het duiken liet hij herhaaldelijk zijn trage, bijna verticale staartfluke bewonderen. Tijdens zijn langdurige voedseltocht rond de boot werd hij begeleid door een hele resem Kinbandpinguins, die hem vrolijk al roepend achterna zwommen. 

Deze Zuidkaper liet zich uitgebreid bewonderen (PolE)
Het betere weer liet ons ook weer toe enkele helikoptervluchten te maken, de ene al meer succesvol dan de andere. IJsschotsen op onze route werden geïnspecteerd op pinguïns, wat ook twee Zuidkapers opleverde die vlak tegen de ijsschotsen aanlagen.

Kinbandpinguins op een ijsschots (PolE)
Iedereen bereidt zich nu voor op de komende storm. We varen langs de oostkant van de South Sandwich Islands in zuidelijke richting, om het ergste te vermijden. Meteo-Max voorspelt daar 7-8 beaufort in plaats van de voorspelde  10 meer naar het noorden. Deuren op het werkdek worden gebarricadeerd, alles krijgt een veilig plaatsje en we hopen dat we niet te ziek zullen worden van de toenemende deining….

Zeekomkommers op 800m diepte in een vulkaankrater (door OFOS)


zaterdag 30 maart 2013

Ter land, ter zee en in de lucht



Het walvisteam (PolE, Roseline Beudels)

29/03 – We verlaten South Georgia en zetten koers naar de South Sandwich Islands. Vandaag staat onze eerste helikoptervlucht op het programma, als de weersomstandigheden meevallen. Het idee is om, eens we de 12 mijlen-zone hebben verlaten rondom het eiland waarbinnen we geen toestemming hebben om te vliegen, naar het noorden te vliegen om dan richting zuidwest af te dalen langs de steile wand waar de zeebodem snel diepte wint. Deze ‘slope’ zorgt er immers voor dat voedsel uit de diepzee naar boven wordt gestuwd, wat heel wat dieren o.a. walvissen aantrekt. Om 8u30 begeven we ons naar het helidek en de werkruimte waar de helikopters staan voor een veiligheidsbriefing. We moeten onze overlevingspakken aanpassen en een geschikte helm uitzoeken. Net vijf knaloranje teletubbies ;-)
 

Om 13u00 is het briefing in de meteokamer bij Max samen met Gerhard Borhmann, de hoofdwetenschapper aan boord, de kapitein, de piloot en wij. De weersvoorspellingen vallen tegen en een vlucht zal er vandaag vermoedelijk niet inzitten. Dan maar terug naar de brug. Tegen 14u is het dan eindelijk zo ver: onze eerste blows! Drie Gewone vinvissen. Nu is het uitkijken naar meer. Snel volgt ook onze eerste Blue petrel. Nog wat blows in de verte. Ondertussen lijkt het weer flink opgeklaard. Ik pols nog eens bij Roland, de helikopterpiloot, of er toch geen vlucht meer zou inzitten vandaag. Hij had het ook al opgemerkt en bracht alles al in gereedheid. We checken nog even bij meteo-Max en vragen vervolgens toestemming aan de kapitein en Gerhard. It’s a go! Om 15u verzamelen Henri, Gerald en ik op het helidek en trekken ons overlevingspak en helm aan. Net wanneer we in de helikopter klaarzitten om op te stijgen, zie ik vlak naast de boot een Bultrug verscheidene keren met zijn staart op het water slaan. Is dit wel een goed moment om te vertrekken?  Wanneer de helikopter opstijgt, gaan we onmiddellijk op zoek naar de Bultrug. Helaas, we vinden hem niet meer terug. Dan maar verder naar onze eerste locatie. Het blijkt meteen een schot in de roos met een eerste waarneming van Zuidkaper. Niet veel later volgen er nog twee en nog een moeder met kalf. Dan is het even afwachten en genieten van de sporadische ijsbergen die onder ons door schuiven. Op weg terug naar de boot, zien we onder ons een aantal blows. Zes gewone vinvissen. Iets verder nog een groepjes van vijf Gewone vinvissen. Een geslaagde vlucht!


Zuidkaper (PolE, Henri Robert)
Na landing begeven we ons naar de brug om ons relaas te doen. Daar blijken ze ook niet stil gezeten te hebben. De boot kwam terecht midden in een voedselplaats van Bultruggen. Overal staarten, blows en foeragerende Bultruggen. Vele tientallen zeehonden, prions, albatrossen en ander zeeleven deelden in het feest. De brug werd overspoeld door mensen die graag een glimp  van dit spektakel wilde opvangen.

29/03 – Aangezien we ons steeds meer in oostelijk richting begeven, wordt het ook steeds vroeger licht. Terwijl we in Punta Arenas pas om 7u startten met de eerste shift, is dat ondertussen al 5u30 geworden.  Het is dus een vroege maar zonnige ochtend. De wind nam afvan 6-7 beaufort tot slechts 2-3 beaufort, met een zo goed als gladde zee tot gevolg. Perfect walvisweer! En inderdaad, nog geen 5 minuten na de start van onze shift, zien we onze eerste groep Bultruggen in de verte. Drie staarten gaan de lucht in wanneer ze een diepe duik nemen. Mooi! Even later vindt ook Henri een groep Bultruggen aan zijn kant. Dan plots drie hoge blows: Gewone vinvissen. Nog twee Bultruggen duiken op vlak voor de boot. Een V-vormige blow: Zuidkaper!  Een Light-mantled sooty albatros zweeft sierlijk voorbij. Gerald is het dek gaan checken en komt terug met slecht nieuws. De Koereiger die al de ganse tijd met ons meereisde heeft het niet gehaald. Het beestje was uitgemergeld van al die dagen zonder eten. Jammer.

Om 8u15 is het briefing bij meteo-Max. De weersomstandigheden lijken optimaal voor een helikoptervlucht. René-Marie en Roseline vliegen samen met Markos en piloot Sacha richting zuidoost. De hoge aantallen walvissen van vanochtend doen de verwachtingen stijgen. En terecht! Bij terugkomst melden ze 36 walvissen, waaronder Gewone vinvissen, Zuidkapers en Bultruggen. Een groep van een 100-tal dolfijnen vergezelt enkele Zuidkapers: Zuidkaperdolfijnen?

Ondertussen neemt de actie op de brug geleidelijk wat af. Nog enkele Zuidkapers, enkele verre blows, nog een enkele Bultrug.

Ready for takeoff (PolE)
De namiddagvoorspelling van meteo-Max is iets minder gunstig. De opening tussen twee fronten waarin we ons bevinden, sluit zich geleidelijk aan. Toch krijgen we toestemming om te vliegen. Het doel van deze missie is een onderzeese vulkaan te gaan bekijken die twee maanden geleden is uitgebarsten. De kapitein wil immers weten of er ondertussen een eiland is ontstaan (vulkaan zat slechts 27 meter onder het wateroppervlak), of er puimsteen op het water ligt en of er nog vulkanische activiteit plaatsvindt die zichtbaar zou zijn aan de hand van gasbellen die bovenkomen. Enkel wanneer de kust veilig blijkt, zal het schip zich begeven naar dit belangrijke onderzoeksgebied Protector Schoal. Dus wij op weg. Enkele minuten na het opstijgen zien we een eerste groepje van drie Bultruggen. Niet veel later opnieuw twee exemplaren. Ondertussen begint het te betrekken en zakken de wolken naar beneden. We krijgen opdracht recht naar de vulkaan te vliegen. Een grondige inspectie van de zone laat niets abnormaals zien. De kust is veilig. We keren terug naar het schip. Onderweg komen we nog twee groepen van een vijftiental dolfijnen tegen, opnieuw mogelijk Zuidkaperdolfijnen. Foto’s maken blijkt helaas zo goed als onmogelijk. Geen bevestiging dus.

Ook op de brug was het in tussentijd vrij rustig: wat Blue en Kerguelen petrels en een enkele Bultrug. We kunnen tevreden zijn.

vrijdag 29 maart 2013

South Georgia



27/03 – Problemen met de kalibratie van de Hydrosweep vannacht zorgden ervoor dat we achter geraken op schema. We zullen South Georgia pas bereiken in de vooravond. Het weer is gelukkig ondertussen wat opgeklaard, wat tellen heel wat eenvoudiger maar ook een stuk drukker maakt. Een grote groep Pelsrobben foerageert samen met een redelijk aantal Wenkbrauwalbatrossen, White-chinned petrels, wat prions en een enkele pinguins. Niet veel later lijkt het zeeoppervlak bedekt met prions. Wel vijfhonderd Antarctische en Fairy prions vliegen kriskras door elkaar. Regelmatig duiken pinguins op vlak bij de boot. De Ezelspinguins lijken zich niet zo te storen aan dat grote lawaaierige vaartuig en blijven rustig dobberen terwijl we langsvaren. Macaronipinguins schieten pijlsnel alle kanten op als het schip nadert.
South Georgia in zicht (PolE)
Naarmate we South Georgia naderen neemt de wind opnieuw toe en zien we de eerste Light-mantled sooty albatrossen verschijnen. Een van de mooiste albatrossen die we deze trip al te zien kregen. Een Zuidpoolkip cirkelt enkele keren rond de boot en dan is het eindelijk zo ver. In de late namiddag bereiken we het eiland waar Shackletons odyssee met de James Caird tot een eind kwam: South Georgia. De ondiepe kustwateren kleuren turquoise blauw in de zon en steken af tegen de ruige, met gletsjers bedekte bergflanken. Het stenige oppervlak wordt slechts her en der bedekt met wat groen. Tegen de schemering varen we varen East Cumberland Bay binnen waar het King Edward Point gelegen is, het administratieve centrum van de lokale overheid en de enige bewoonde nederzetting op het eiland. Het is tevens ook de plaats waar Shackleton begraven ligt. Een heilig oord voor elke zuidpoolreiziger.
De schemering valt over East Cumberland Bay (PolE)
Vlammen geprojecteerd op een ijsberg (PolE)
De boot wordt in de baai stilgelegd om enkele boringen uit te voeren in de zeebodem. Ondertussen valt de duisternis en rijst de volle maan boven de bergen uit. De besneeuwde bergtoppen lichten op in het maanlicht. Marcos, onze artiest aan boord die ook de voorstelling over Shackleton regelde, maakt van de gelegenheid gebruik om enkele opvallende beelden te projecteren op een ijsschots die naast de boot ligt. Het heeft iets bijzonders. Terwijl we van het spektakel genieten, omgeven door een betoverende landschap, laat Henri ons weten dat een Wilsons stormvogeltje op het schip is beland en verstrikt geraakte in wat materiaal. Het wordt snel bevrijd en kan zorgeloos zijn weg weer verder zetten. De Koereiger blijkt ondertussen in een metalen doos op het werkdek te zijn beland. We voorzien hem van wat eten en zoet water en hopen dat hij zo opnieuw een beetje kan aansterken. Het schip vertrekt opnieuw de nacht in voor enkele boring langs de kust.

Uitzicht op Grytviken
28/03 – Na een woelige nacht op zee liggen we opnieuw stil in East Cumberland Bay. De baai is zo mogelijk nog mooier, de bergen en gletsjers indrukwekkender en het water blauwer dan blauw nu ze knap belicht wordt door de zon. De stranden liggen bedekt met Pelsrobben en Elephant seals en enkele Koningspinguins staan voor een van de huizen statig te wezen. Het witte kruis dat werd neergezet ter nagedachtenis van Shackleton rijst plechtig boven de nederzetting uit, zijn graf is gelegen op het kerkhof naast het oude walisvaardersstation van Grytviken. 

Na het bezoek van de lokale autoriteiten varen we naar West Cumberland Bay om enkele wetenschappers af te zetten. Zij zullen hier stalen verzamelen om de oudheid van het gesteente te bepalen. Ze verblijven in een schamele hut op het strand omgeven door Pelsrobben en Elephant seals tot wij terugkeren uit het zuiden en de South Sandwich Islands om hen dan weer op te pikken. Nog een test om te zien of alle reddingsboten nog functioneel zijn en we kunnen weer op weg naar het volgende station waar opnieuw een aantal boringen zullen worden uitgevoerd.

East Cumberland Bay (PolE)

Shackleton: een klasse apart



Maar wie was deze fameuze Shackleton nu eigenlijk? Sir Ernest Henry Shackleton werd geboren in 1874 in Ierland. Hij leidde drie Britse expedities naar de Zuidpool en werd daarbij één van de meest befaamde figuren die een rol speelde in de zogenaamde ‘heroic age of Antartic exploration’. Tijdens zijn eerste expeditie als teamleider slaagde hij erin om de Zuidpool tot op 180 km te benaderen, het zuidelijkste punt ooit. Daarvoor werd hij opgenomen in de Ridderorde.

Nadat de race naar de Zuidpool eindigde in 1911 met de verwezenlijking ervan door Roald Amundsen met slechts enkele dagen voorsprong, nam Shackleton zich voor om de eerste te zijn die het Antarctische continent overstak over land via de Zuidpool. Het begin van de meest legendarische pooltrip ooit. Op 8 augustus 1914 vertrok de Endurance richting Buenos Aires. Van daar ging het richting South Georgia. Na ongeveer een maand vertrok het schip dan op 5 december eindelijk richting Antartica. Hoewel het eigenlijk zomer was, kwam het ijs hen al na enkele dagen tegenmoet, veel noordelijker dan gewoonlijk het geval was. Op 14 december was het ijs al dik genoeg om het schip gedurende 24u tot stilstand te brengen. Drie dagen later was dat opnieuw het geval. Het voorspelde niet veel goeds. Een goeie maand later kwam het schip pas echt goed vast te zitten en dreef steeds meer zuidelijk met het ijs mee. Er werd met man en macht geprobeerd haar te bevrijden met zagen en ijshouwelen, maar de pogingen bleken zinloos. Voor Shackleton en zijn mannen zat er weinig anders op dan de winter in het pakijs door te brengen. 

Ondertussen dreef het schip terug noordwaarts met het pakijs. Met het inzetten van de winter, nam de ijsmassa steeds meer toe. De ijsplaten begonnen te breken en over elkaar te schuiven. De Endurance kwam in nauwe schoentjes te zitten. De druk op het schip verhoogde almaar. Niet veel later vertoonde het schip de eerste barsten. Na enkele dagen, op 27 oktober bij een temperatuur van -25°C, gaf Shackleton uiteindelijk het bevel het schip te verlaten. Alle levensmiddelen, de honderd sledehonden en enkele persoonlijke bezittingen werden van boord gehaald. Daar zaten ze dan, gestrand op 500 km van het dichtstbijzijnde vasteland. Twee pogingen om te voet het vasteland te bereiken faalde. Er zat niets anders op dan een kamp op te zetten en te wachten op het smelten van het pakijs zodat ze zich met hun reddingsboten een weg konden banen uit het ijs. Het kamp kreeg de naam ‘Patience camp’. Dit kamp zou drie maanden lang hun thuis worden. 

De drift bracht hen steeds verder naar het noorden. Op 8 april begon de ijsplaat waarop hun kamp was gevestigd plots te breken. Shackleton besloot dat het tijd was om de reddingsboten klaar te maken voor vertrek. In tussentijd waren ze genaderd tot op 160 km van het dichtstbijzijnde eiland, Elephant Island. Na drie dagen varen berekende Worsley dat ze nog geen vooruitgang hadden geboekt. In tegendeel, de weersomstandigheden hadden hun boten 50 km meer naar het zuiden gedreven. De boottocht zou uiteindelijk 6 dagen duren bij temperaturen tot -30°C..
Shackleton besefte dat redding nog niet meteen nabij was. Het eiland was onbewoond en werd immers zelden of nooit bezocht door walvisvaarders. Er zou niets anders opzitten dan de overtocht te maken naar South Georgia, een tocht van maar liefst 1200 km over een oceaan die bekend staat om zijn stormen. 

Na aanpassingen aan één van de reddingsboten, genaamd de James Caird, ging het gezelschap op 24 april 1916 in het amper 7 meter grote bootje op weg. Als hun navigatie er slechts een halve graad naast zou zitten, zouden ze het eiland missen en voorgoed verdwijnen in de onmetelijke oceaan. Na een ijskoude tocht waarbij hun kleren regelmatig met ijswater doordrenkt raakten, kwam op 8 mei South Georgia in zicht. Twee dagen later, na een orkaan te hebben doorstaan, ging het zestal aan land in King Haakon Bay aan de zuidkant van het eiland. De enige bewoonde nederzettingen bevonden zich echter aan de noordzijde. Shackleton, Worsley en Crean voorzagen de onderzijde van hun schoenen met houten vijzen van hun schip en begonnen aan de 51 km lange overtocht naar de noordzijde over een steil berglandschap en verraderlijke gletsjers. Zonder rust of slaap bereikten ze amper 36 uur later de basis van de walvisvaarders in Stromness Bay. Het verhaal gaat dat wanneer hij bij aankomst in het kamp zijn naam bekend maakte aan de leider van de walvisvaarder, deze in tranen uitbarstte. Eindelijk waren ze in veiligheid. 

Het zou nog vier pogingen vragen vooraleer Shackleton met een walvisvaardersboot kon terugkeren naar Elephant Island om zijn mannen in veiligheid te brengen. Wanneer het kamp in zicht kwam, telde hij zijn mannen: ze waren er nog allemaal. Midden augustus 1916, meer dan drie maanden nadat Shackleton zich op weg begaf om redding te zoeken voor zijn crew, konden ze dan eindelijk ontzet worden van het eiland. Ze werden in Punta Arenas onthaald als helden. 

De tocht die Shackleton en zijn mannen ondernamen over het vasteland van South Georgia, werd recent nog eens overgedaan door drie ervaren bergbeklimmers, in goede gezondheid en uitgerust met het beste materiaal. Zij deden er drie dagen over…

Shackleton stierf in 1922 aan een hartaanval op South Georgia tijdens de voorbereiding van een volgende expeditie. Hij werd begraven op het kerkhof in Grytviken, Cumberland Bay in South Georgia.

Mist, mist en nog eens mist...



De mist beperkt nog steeds ons zicht (PolE)

25/03 – Opnieuw mistig vandaag. We worden achtervolgd door een warmtefront dat ervoor zorgt dat het zicht beperkt blijft. Geen goed walvisweer dus...dachten we. Een grote concentratie vogels trekt onze aandacht.  Plots doorklieft een hoge rechte vin de golven: Orka’s! Een mannetje met één of twee vrouwtjes lijkt op jacht. De brug in rep en roer. Gauw verdwijnen de vinnen in de mist.

De aantrekkende wind brengt wat grote vogels in beweging. We zien maar liefst vijf soorten albatrossen. Naast Reuzen- en Koningsalbatrossen, komen ook de kleinere Wenkbrauw en Grijskopalbatrossen aangewaaid. Nieuw voor de trip is een korte maar duidelijk waarneming van Light-mantled sooty albatros. Verder zien we ook onze eerste Noordelijke reuzenstormvogel. Deze is slechts te onderscheiden van zijn Zuidelijke tegenhanger, waarvan de verspreiding overlapt, door de kleur van de snavelpunt. En het is niet altijd even evident om die te zien te krijgen wanneer deze vogels tegen hoge snelheid voorbij komen gezeild. Grey-backed storm petrel lijkt plaats te ruimen voor Black-bellied storm petrel. Twee andere nieuwkomers zijn Kerguelen en Grey petrel. 

Hourglassdolfijnen zwemmen een hele tijd met ons mee (PolE)
Nadat Henri gisteren twee Rockhoppers zag zwemmen, is het nu aan Gerald om er een Koningspinguin uit te halen. Helaas duikt deze snel onder wanneer het schip nadert. Niemand slaagt erin hem op te pikken. Tandengeknars. Gelukkig krijgen we snel een tweede kans. Vier Koningspinguins zwemmen op een afstand van 300m voorbij. Geen sublieme waarneming, maar toch al dat. Niet veel later is het weer prijs: vier dolfijnen zwemmen kort mee met het schip voor de boeg. Ze zijn pijlsnel, schieten van links naar rechts voor het schip door en komen maar heel kort boven. Niet makkelijk om er een naam op te plakken. Gelukkig laat onze positie van op de brug het toe ze te volgen terwijl ze onder water zwemmen. Het duidelijke contrast bevestigd ons vermoeden: Hourglassdolfijnen! Henri ging al vijf keer mee op een trip naar Antarctica en het is de eerste keer dat hij deze knapperds te zien krijgt. Niet later volgen nog twee groepjes. Het laatste groepje van zeven dolfijnen blijft maar liefst 45 minuten met het schip meezwemmen. Hoewel deze dieren ervoor bekend staan meestal enkel kort hun vin te tonen aan waarnemers, worden ze hoe langer hoe meer acrobatisch. Tegen het eind springen ze hoog boven het water uit en laten hun zwart-witte tekening uitgebreid bewonderen. Wauw!  

De Koereiger die we de tweede dag achter het schip zagen hangen, reist nog steeds met ons mee. Het arme dier probeert met alle moeite van de wereld het schip bij te houden. We vrezen dat hij het niet zal redden en uiteindelijk in de oceaan zal neerstorten en verdrinken…

Roseline en Gerald op de brug
26/03 – Hoewel de wind vannacht verder is aangetrokken tot een 7 beaufort, blijft een dichte mist het schip omhullen. De waargenomen aantallen vallen dan ook wat tegen. Gelukkig zorgen twee Macaronipinguins en enkele Koningspinguins voor enige  ambiance, wat ook geapprecieerd wordt door enkele bezoekers op de brug. Verder glijdt een enkele Reuzenalbatros, Donsstormvogel, Dark-bellied en Wilsons storm petrel en Reuzenstormvogel voorbij. Het schip ligt ook voor het eerst stil om enkele kalibraties uit te voeren aan de Hydrosweep, een toestel dat de komende weken een belangrijke rol gaat spelen in het wetenschappelijke werk hier aan boord. Met de Hydrosweep worden zogenaamde ‘vents’ en ‘seeps’ opgespoord op de oceaanbodem. Vents zijn warmtebronnen waaruit heet water opstijgt uit de oceaanbodem. Dat heet water is voornamelijk afkomstig van vulkanische activiteit in de zeebodem. Eigenlijk een beetje ‘onderwatergeisers’ dus. Deze vents en hun omgeving zijn erg interessant omdat ze vaak bijzondere soorten zoals bacteriën, maar ook wormen, krabben en garnalen herbergen die nergens anders in de oceaan voorkomen. Seeps zijn de koude tegenhangers van de vents. Uit deze seeps lekt waterstofsulfide, methaan en andere koolwaterstofrijke vloeistoffen die opnieuw een bijzondere habitat creëren op de zeebodem voor unieke organismen die enkel daar voorkomen.
De onfortuinlijke Koereiger die nog steeds met ons meereist wordt op het Helidek gezien. Zijn afhangende vleugels doen het ergste vrezen…

De Koereiger heeft duidelijk te lijden onder uitputting en honger (PolE)

Filmavond



Grey-backed storm petrel (PolE)
24/03 – Iedere dag begint met een controle van de verschillende dekken. ’s Nachts landen er immers vaak vogels die door het licht van het schip werden aangetrokken. Bepaalde vogels zoals albatrossen, pijlstormvogels en alkstormvogels hebben voldoende wind nodig of een bepaalde valhoogte  voor ze weer terug op de vleugels kunnen gaan. Op het schip is dat niet altijd mogelijk, daarom is het ook belangrijk dat we hen een handje helpen. Een eerste controle levert een stervende Grey-backed storm petrel. Het arme dier is vermoedelijk in de late nacht tegen het schip aangevlogen. Niet veel later verliest het stormvogeltje zijn doodsstrijd. Een zonde. René-Marie besluit het dier in te vriezen en mee te nemen om de museumcollectie van het KBIN aan te vullen.  

Koereiger op zoek naar andere oorden (PolE)
Om 7u beginnen we onze tellingen. Vandaag is het Donsstormvogels troef. Van overal komen ze met hun wilde kantelde zeilvlucht het schip voorbij geschoten tegen sneltreinvaart. Hun witte buik die afsteekt tegen de donkere ondervleugels en borstband maakt hen onmiskenbaar. Stilaan omgeeft een dichte mist het schip en beperkt het zich. Een aantal Wenkbrauwalbatrossen en een Reuzenalbatros houden ons gezelschap. Een Koereiger lijkt op zoek naar andere oorden en vliegt met het schip mee. Een enkele Grote pijl en Wilsons stormvogeltje vervolledigen de lijst. 

’s Avonds wordt alles in gereedheid gebracht op het voordek om een documentaire te tonen over de meest beroemde poolexpeditie ooit: De trip van Shackleton met de Endurance naar de Weddell zee. De beelden die getoond worden zijn de originele beelden die tijdens deze twee jaar durende expeditie werden gemaakt. Indrukwekkend is hierbij een understatement…
Filmavond op het voordek (Copyright Markos)

En weg zijn wij...



De Polarstern wacht op vertrek in Cabo Negro (PolE)
21/03 – Om 11u is het verzamelen geblazen en gaat het richting Polarstern, het onderzoeksschip van het Duitste Alfred Wegener Instituut. We pakken onze spullen en begeven ons naar Cabo negro waar de boot aangemeerd ligt om bij te tanken. We checken in, droppen onze bagage af en gaan dan gauw nog enkele laatste uurtjes genieten van de Chileense natuur. Een bezoekje aan de lokale kolonie van Maghellaenpinguins blijkt tevergeefs aangezien de broedtijd al even gepasseerd is en de kolonie nagenoeg verlaten. Mijn smeekbede om een Cinereous harrier, een soort kiekendief, wordt gehoord. Eén exemplaar trotseert de stevige wind waar Patagonië bekend om staat. We nemen afscheid van al dat moois en begeven ons opnieuw richting schip dat de komende drie weken ons thuis zal zijn. Bij aankomst krijgen we te horen dat de Polarstern waarschijnlijk vanavond niet meer zal uitvaren omdat er nog redelijk wat bagage vermist raakte tussen San Paulo en Punta Arenas. Ook enkele leden van de crew ontbreken nog. Sneu voor de wetenschappers die hun spullen missen, maar een goeie zaak voor ons team. Dat betekent immers dat we morgen tijdens de dag de Straat van Maghellaen zullen uitvaren in plaats van ‘s nachts, wat ons weer wat extra kans geeft om enkele vogels en dolfijnen te zien die enkel hier voorkomen.

Zuidelijk reuzenstormvogel (PolE)
22/03 – Om 7u30 wordt het ontbijt geserveerd. Een uitgebreid buffet met eieren, pannenkoeken, cornflakes en muesli allerhanden,… Dat belooft weer voor onze lijn ;-) De voorbije nacht zijn er al enkele vermiste stukken bagage terecht gekomen, maar toch zal er nog gewacht worden op de vlucht van 13u om de laatste stukken proberen te recupereren. Om 15u is het dan eindelijk zo ver. De Polarstern is klaar voor vertrek. Ons vijfkoppig Polar Ecology-team (PolE), dat bestaat uit René-Marie, Roseline, Henri, Gerald en mezelf, zal instaan voor de tellingen van zeevogels en zeezoogdieren langs het transect dat de boot zal afleggen in de komende weken.  We begeven ons naar de brug om alvast wat voeling te krijgen met de soorten.  Al gauw zien we onze eerste Zuidelijke reuzestormvogel vliegen. Niet veel later volgen ook Magellanic diving petrel en Chileense jager. Wanneer we om 10u op het helikopterdek staan voor de veiligheidsbriefing, zie ik heel kort een eerste Commersonsdolfijn, een kleine zwartwit getekende dolfijn. Even later blijkt dat René-Marie, Gerald en Roseline er eveneens twee hadden die even meezwommen op de golven van het schip. Mooi! 
Wenkbrauwalbatros (PolE)
Keizeraalscholvers en Rotsaalscholvers vliegen af en aan naar een klein eiland in het midden van de Straat. Ook een hele hoop Pelsrobben heeft hier een rustplaats gevonden. Plots een grotere vogel in de verte: onze eerste albatros! Een Wenkbrauwalbatros laat zich van dichtbij bewonderen. Wat een schitterende vogel! Om 20u30 valt de schemering in en wordt de telling stopgezet.



23/03 – Onze eerste dag op volle zee. Het is weer even wennen. Onze benen bevinden zich nog in landfase en zijn duidelijk de bewegingen van het schip nog niet gewoon. Het is wat heen- en weer waggelen geblazen vooraleer we de nodige stabiliteit vinden. Al gauw komen de eerste reuzen van de luchtruim ons tegemoet. Met een spanwijdte tot 3,50 m is de Reuzenalbatros samen met de Koningsalbatros de grootste vliegende vogel ter wereld. Doorheen de dag zien we ongeveer een twintigtal van elk passeren. Ze glijden over het zeeoppervlak alsof het geen enkele moeite kost. Wat later volgen twee zwemmende Grijskopalbatrossen, één van de ‘kleinere’ albatrossen. Ook de eerste stormvogeltjes laten zich bewonderen: Wilsons en Grey-backed storm petrel. Met hun dunne zwemvliezen lopen ze over het wateroppervlak op zoek naar eten. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zo een klein teer vogeltje kan overleven ten midden van een woelige  oceaan.  Plots stijgt de spanning op de brug wanneer er in de verte geregeld water opspat: zeezoogdieren! En ja hoor, even later zien we een vin bovenkomen. We zijn er al snel uit dat het geen van de kleinere dolfijnen is. Maar wat is het dan wel? Nog enkele keren komt de vin boven, geen blow te zien. Mogelijk een jonge gramper? Niemand durft er met zekerheid een naam opplakken. Helaas. Tegen 20u is het donker en sluiten we de dag af met een overzicht van de geziene soorten en aantallen:

Teamvergadering (PolE)

20 Reuzenalbatrossen, 20 Koningsalbatrossen, 2 Grijskopalbatrossen, 1 Southern fulmar, 30 Cape petrels, 22 Grote pijlstormvogels, 20 Grey-backed storm petrels, 20 Common diving petrels, 50 Fur seals en heel wat Zuidelijke reuzenstormvogels, Wenkbrauwalbatrossen, White-chinned petrels, Grauwe pijlstormvogels en Wilsons stormvogeltjes vervolledigen onze lijst. Nog een bezoekje aan Zillertal, de bar aan boord om wat kennis te maken met de andere wetenschappers en dan ons bed in.