vrijdag 29 maart 2013

Mist, mist en nog eens mist...



De mist beperkt nog steeds ons zicht (PolE)

25/03 – Opnieuw mistig vandaag. We worden achtervolgd door een warmtefront dat ervoor zorgt dat het zicht beperkt blijft. Geen goed walvisweer dus...dachten we. Een grote concentratie vogels trekt onze aandacht.  Plots doorklieft een hoge rechte vin de golven: Orka’s! Een mannetje met één of twee vrouwtjes lijkt op jacht. De brug in rep en roer. Gauw verdwijnen de vinnen in de mist.

De aantrekkende wind brengt wat grote vogels in beweging. We zien maar liefst vijf soorten albatrossen. Naast Reuzen- en Koningsalbatrossen, komen ook de kleinere Wenkbrauw en Grijskopalbatrossen aangewaaid. Nieuw voor de trip is een korte maar duidelijk waarneming van Light-mantled sooty albatros. Verder zien we ook onze eerste Noordelijke reuzenstormvogel. Deze is slechts te onderscheiden van zijn Zuidelijke tegenhanger, waarvan de verspreiding overlapt, door de kleur van de snavelpunt. En het is niet altijd even evident om die te zien te krijgen wanneer deze vogels tegen hoge snelheid voorbij komen gezeild. Grey-backed storm petrel lijkt plaats te ruimen voor Black-bellied storm petrel. Twee andere nieuwkomers zijn Kerguelen en Grey petrel. 

Hourglassdolfijnen zwemmen een hele tijd met ons mee (PolE)
Nadat Henri gisteren twee Rockhoppers zag zwemmen, is het nu aan Gerald om er een Koningspinguin uit te halen. Helaas duikt deze snel onder wanneer het schip nadert. Niemand slaagt erin hem op te pikken. Tandengeknars. Gelukkig krijgen we snel een tweede kans. Vier Koningspinguins zwemmen op een afstand van 300m voorbij. Geen sublieme waarneming, maar toch al dat. Niet veel later is het weer prijs: vier dolfijnen zwemmen kort mee met het schip voor de boeg. Ze zijn pijlsnel, schieten van links naar rechts voor het schip door en komen maar heel kort boven. Niet makkelijk om er een naam op te plakken. Gelukkig laat onze positie van op de brug het toe ze te volgen terwijl ze onder water zwemmen. Het duidelijke contrast bevestigd ons vermoeden: Hourglassdolfijnen! Henri ging al vijf keer mee op een trip naar Antarctica en het is de eerste keer dat hij deze knapperds te zien krijgt. Niet later volgen nog twee groepjes. Het laatste groepje van zeven dolfijnen blijft maar liefst 45 minuten met het schip meezwemmen. Hoewel deze dieren ervoor bekend staan meestal enkel kort hun vin te tonen aan waarnemers, worden ze hoe langer hoe meer acrobatisch. Tegen het eind springen ze hoog boven het water uit en laten hun zwart-witte tekening uitgebreid bewonderen. Wauw!  

De Koereiger die we de tweede dag achter het schip zagen hangen, reist nog steeds met ons mee. Het arme dier probeert met alle moeite van de wereld het schip bij te houden. We vrezen dat hij het niet zal redden en uiteindelijk in de oceaan zal neerstorten en verdrinken…

Roseline en Gerald op de brug
26/03 – Hoewel de wind vannacht verder is aangetrokken tot een 7 beaufort, blijft een dichte mist het schip omhullen. De waargenomen aantallen vallen dan ook wat tegen. Gelukkig zorgen twee Macaronipinguins en enkele Koningspinguins voor enige  ambiance, wat ook geapprecieerd wordt door enkele bezoekers op de brug. Verder glijdt een enkele Reuzenalbatros, Donsstormvogel, Dark-bellied en Wilsons storm petrel en Reuzenstormvogel voorbij. Het schip ligt ook voor het eerst stil om enkele kalibraties uit te voeren aan de Hydrosweep, een toestel dat de komende weken een belangrijke rol gaat spelen in het wetenschappelijke werk hier aan boord. Met de Hydrosweep worden zogenaamde ‘vents’ en ‘seeps’ opgespoord op de oceaanbodem. Vents zijn warmtebronnen waaruit heet water opstijgt uit de oceaanbodem. Dat heet water is voornamelijk afkomstig van vulkanische activiteit in de zeebodem. Eigenlijk een beetje ‘onderwatergeisers’ dus. Deze vents en hun omgeving zijn erg interessant omdat ze vaak bijzondere soorten zoals bacteriën, maar ook wormen, krabben en garnalen herbergen die nergens anders in de oceaan voorkomen. Seeps zijn de koude tegenhangers van de vents. Uit deze seeps lekt waterstofsulfide, methaan en andere koolwaterstofrijke vloeistoffen die opnieuw een bijzondere habitat creëren op de zeebodem voor unieke organismen die enkel daar voorkomen.
De onfortuinlijke Koereiger die nog steeds met ons meereist wordt op het Helidek gezien. Zijn afhangende vleugels doen het ergste vrezen…

De Koereiger heeft duidelijk te lijden onder uitputting en honger (PolE)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten