zaterdag 30 maart 2013

Ter land, ter zee en in de lucht



Het walvisteam (PolE, Roseline Beudels)

29/03 – We verlaten South Georgia en zetten koers naar de South Sandwich Islands. Vandaag staat onze eerste helikoptervlucht op het programma, als de weersomstandigheden meevallen. Het idee is om, eens we de 12 mijlen-zone hebben verlaten rondom het eiland waarbinnen we geen toestemming hebben om te vliegen, naar het noorden te vliegen om dan richting zuidwest af te dalen langs de steile wand waar de zeebodem snel diepte wint. Deze ‘slope’ zorgt er immers voor dat voedsel uit de diepzee naar boven wordt gestuwd, wat heel wat dieren o.a. walvissen aantrekt. Om 8u30 begeven we ons naar het helidek en de werkruimte waar de helikopters staan voor een veiligheidsbriefing. We moeten onze overlevingspakken aanpassen en een geschikte helm uitzoeken. Net vijf knaloranje teletubbies ;-)
 

Om 13u00 is het briefing in de meteokamer bij Max samen met Gerhard Borhmann, de hoofdwetenschapper aan boord, de kapitein, de piloot en wij. De weersvoorspellingen vallen tegen en een vlucht zal er vandaag vermoedelijk niet inzitten. Dan maar terug naar de brug. Tegen 14u is het dan eindelijk zo ver: onze eerste blows! Drie Gewone vinvissen. Nu is het uitkijken naar meer. Snel volgt ook onze eerste Blue petrel. Nog wat blows in de verte. Ondertussen lijkt het weer flink opgeklaard. Ik pols nog eens bij Roland, de helikopterpiloot, of er toch geen vlucht meer zou inzitten vandaag. Hij had het ook al opgemerkt en bracht alles al in gereedheid. We checken nog even bij meteo-Max en vragen vervolgens toestemming aan de kapitein en Gerhard. It’s a go! Om 15u verzamelen Henri, Gerald en ik op het helidek en trekken ons overlevingspak en helm aan. Net wanneer we in de helikopter klaarzitten om op te stijgen, zie ik vlak naast de boot een Bultrug verscheidene keren met zijn staart op het water slaan. Is dit wel een goed moment om te vertrekken?  Wanneer de helikopter opstijgt, gaan we onmiddellijk op zoek naar de Bultrug. Helaas, we vinden hem niet meer terug. Dan maar verder naar onze eerste locatie. Het blijkt meteen een schot in de roos met een eerste waarneming van Zuidkaper. Niet veel later volgen er nog twee en nog een moeder met kalf. Dan is het even afwachten en genieten van de sporadische ijsbergen die onder ons door schuiven. Op weg terug naar de boot, zien we onder ons een aantal blows. Zes gewone vinvissen. Iets verder nog een groepjes van vijf Gewone vinvissen. Een geslaagde vlucht!


Zuidkaper (PolE, Henri Robert)
Na landing begeven we ons naar de brug om ons relaas te doen. Daar blijken ze ook niet stil gezeten te hebben. De boot kwam terecht midden in een voedselplaats van Bultruggen. Overal staarten, blows en foeragerende Bultruggen. Vele tientallen zeehonden, prions, albatrossen en ander zeeleven deelden in het feest. De brug werd overspoeld door mensen die graag een glimp  van dit spektakel wilde opvangen.

29/03 – Aangezien we ons steeds meer in oostelijk richting begeven, wordt het ook steeds vroeger licht. Terwijl we in Punta Arenas pas om 7u startten met de eerste shift, is dat ondertussen al 5u30 geworden.  Het is dus een vroege maar zonnige ochtend. De wind nam afvan 6-7 beaufort tot slechts 2-3 beaufort, met een zo goed als gladde zee tot gevolg. Perfect walvisweer! En inderdaad, nog geen 5 minuten na de start van onze shift, zien we onze eerste groep Bultruggen in de verte. Drie staarten gaan de lucht in wanneer ze een diepe duik nemen. Mooi! Even later vindt ook Henri een groep Bultruggen aan zijn kant. Dan plots drie hoge blows: Gewone vinvissen. Nog twee Bultruggen duiken op vlak voor de boot. Een V-vormige blow: Zuidkaper!  Een Light-mantled sooty albatros zweeft sierlijk voorbij. Gerald is het dek gaan checken en komt terug met slecht nieuws. De Koereiger die al de ganse tijd met ons meereisde heeft het niet gehaald. Het beestje was uitgemergeld van al die dagen zonder eten. Jammer.

Om 8u15 is het briefing bij meteo-Max. De weersomstandigheden lijken optimaal voor een helikoptervlucht. René-Marie en Roseline vliegen samen met Markos en piloot Sacha richting zuidoost. De hoge aantallen walvissen van vanochtend doen de verwachtingen stijgen. En terecht! Bij terugkomst melden ze 36 walvissen, waaronder Gewone vinvissen, Zuidkapers en Bultruggen. Een groep van een 100-tal dolfijnen vergezelt enkele Zuidkapers: Zuidkaperdolfijnen?

Ondertussen neemt de actie op de brug geleidelijk wat af. Nog enkele Zuidkapers, enkele verre blows, nog een enkele Bultrug.

Ready for takeoff (PolE)
De namiddagvoorspelling van meteo-Max is iets minder gunstig. De opening tussen twee fronten waarin we ons bevinden, sluit zich geleidelijk aan. Toch krijgen we toestemming om te vliegen. Het doel van deze missie is een onderzeese vulkaan te gaan bekijken die twee maanden geleden is uitgebarsten. De kapitein wil immers weten of er ondertussen een eiland is ontstaan (vulkaan zat slechts 27 meter onder het wateroppervlak), of er puimsteen op het water ligt en of er nog vulkanische activiteit plaatsvindt die zichtbaar zou zijn aan de hand van gasbellen die bovenkomen. Enkel wanneer de kust veilig blijkt, zal het schip zich begeven naar dit belangrijke onderzoeksgebied Protector Schoal. Dus wij op weg. Enkele minuten na het opstijgen zien we een eerste groepje van drie Bultruggen. Niet veel later opnieuw twee exemplaren. Ondertussen begint het te betrekken en zakken de wolken naar beneden. We krijgen opdracht recht naar de vulkaan te vliegen. Een grondige inspectie van de zone laat niets abnormaals zien. De kust is veilig. We keren terug naar het schip. Onderweg komen we nog twee groepen van een vijftiental dolfijnen tegen, opnieuw mogelijk Zuidkaperdolfijnen. Foto’s maken blijkt helaas zo goed als onmogelijk. Geen bevestiging dus.

Ook op de brug was het in tussentijd vrij rustig: wat Blue en Kerguelen petrels en een enkele Bultrug. We kunnen tevreden zijn.

vrijdag 29 maart 2013

South Georgia



27/03 – Problemen met de kalibratie van de Hydrosweep vannacht zorgden ervoor dat we achter geraken op schema. We zullen South Georgia pas bereiken in de vooravond. Het weer is gelukkig ondertussen wat opgeklaard, wat tellen heel wat eenvoudiger maar ook een stuk drukker maakt. Een grote groep Pelsrobben foerageert samen met een redelijk aantal Wenkbrauwalbatrossen, White-chinned petrels, wat prions en een enkele pinguins. Niet veel later lijkt het zeeoppervlak bedekt met prions. Wel vijfhonderd Antarctische en Fairy prions vliegen kriskras door elkaar. Regelmatig duiken pinguins op vlak bij de boot. De Ezelspinguins lijken zich niet zo te storen aan dat grote lawaaierige vaartuig en blijven rustig dobberen terwijl we langsvaren. Macaronipinguins schieten pijlsnel alle kanten op als het schip nadert.
South Georgia in zicht (PolE)
Naarmate we South Georgia naderen neemt de wind opnieuw toe en zien we de eerste Light-mantled sooty albatrossen verschijnen. Een van de mooiste albatrossen die we deze trip al te zien kregen. Een Zuidpoolkip cirkelt enkele keren rond de boot en dan is het eindelijk zo ver. In de late namiddag bereiken we het eiland waar Shackletons odyssee met de James Caird tot een eind kwam: South Georgia. De ondiepe kustwateren kleuren turquoise blauw in de zon en steken af tegen de ruige, met gletsjers bedekte bergflanken. Het stenige oppervlak wordt slechts her en der bedekt met wat groen. Tegen de schemering varen we varen East Cumberland Bay binnen waar het King Edward Point gelegen is, het administratieve centrum van de lokale overheid en de enige bewoonde nederzetting op het eiland. Het is tevens ook de plaats waar Shackleton begraven ligt. Een heilig oord voor elke zuidpoolreiziger.
De schemering valt over East Cumberland Bay (PolE)
Vlammen geprojecteerd op een ijsberg (PolE)
De boot wordt in de baai stilgelegd om enkele boringen uit te voeren in de zeebodem. Ondertussen valt de duisternis en rijst de volle maan boven de bergen uit. De besneeuwde bergtoppen lichten op in het maanlicht. Marcos, onze artiest aan boord die ook de voorstelling over Shackleton regelde, maakt van de gelegenheid gebruik om enkele opvallende beelden te projecteren op een ijsschots die naast de boot ligt. Het heeft iets bijzonders. Terwijl we van het spektakel genieten, omgeven door een betoverende landschap, laat Henri ons weten dat een Wilsons stormvogeltje op het schip is beland en verstrikt geraakte in wat materiaal. Het wordt snel bevrijd en kan zorgeloos zijn weg weer verder zetten. De Koereiger blijkt ondertussen in een metalen doos op het werkdek te zijn beland. We voorzien hem van wat eten en zoet water en hopen dat hij zo opnieuw een beetje kan aansterken. Het schip vertrekt opnieuw de nacht in voor enkele boring langs de kust.

Uitzicht op Grytviken
28/03 – Na een woelige nacht op zee liggen we opnieuw stil in East Cumberland Bay. De baai is zo mogelijk nog mooier, de bergen en gletsjers indrukwekkender en het water blauwer dan blauw nu ze knap belicht wordt door de zon. De stranden liggen bedekt met Pelsrobben en Elephant seals en enkele Koningspinguins staan voor een van de huizen statig te wezen. Het witte kruis dat werd neergezet ter nagedachtenis van Shackleton rijst plechtig boven de nederzetting uit, zijn graf is gelegen op het kerkhof naast het oude walisvaardersstation van Grytviken. 

Na het bezoek van de lokale autoriteiten varen we naar West Cumberland Bay om enkele wetenschappers af te zetten. Zij zullen hier stalen verzamelen om de oudheid van het gesteente te bepalen. Ze verblijven in een schamele hut op het strand omgeven door Pelsrobben en Elephant seals tot wij terugkeren uit het zuiden en de South Sandwich Islands om hen dan weer op te pikken. Nog een test om te zien of alle reddingsboten nog functioneel zijn en we kunnen weer op weg naar het volgende station waar opnieuw een aantal boringen zullen worden uitgevoerd.

East Cumberland Bay (PolE)

Shackleton: een klasse apart



Maar wie was deze fameuze Shackleton nu eigenlijk? Sir Ernest Henry Shackleton werd geboren in 1874 in Ierland. Hij leidde drie Britse expedities naar de Zuidpool en werd daarbij één van de meest befaamde figuren die een rol speelde in de zogenaamde ‘heroic age of Antartic exploration’. Tijdens zijn eerste expeditie als teamleider slaagde hij erin om de Zuidpool tot op 180 km te benaderen, het zuidelijkste punt ooit. Daarvoor werd hij opgenomen in de Ridderorde.

Nadat de race naar de Zuidpool eindigde in 1911 met de verwezenlijking ervan door Roald Amundsen met slechts enkele dagen voorsprong, nam Shackleton zich voor om de eerste te zijn die het Antarctische continent overstak over land via de Zuidpool. Het begin van de meest legendarische pooltrip ooit. Op 8 augustus 1914 vertrok de Endurance richting Buenos Aires. Van daar ging het richting South Georgia. Na ongeveer een maand vertrok het schip dan op 5 december eindelijk richting Antartica. Hoewel het eigenlijk zomer was, kwam het ijs hen al na enkele dagen tegenmoet, veel noordelijker dan gewoonlijk het geval was. Op 14 december was het ijs al dik genoeg om het schip gedurende 24u tot stilstand te brengen. Drie dagen later was dat opnieuw het geval. Het voorspelde niet veel goeds. Een goeie maand later kwam het schip pas echt goed vast te zitten en dreef steeds meer zuidelijk met het ijs mee. Er werd met man en macht geprobeerd haar te bevrijden met zagen en ijshouwelen, maar de pogingen bleken zinloos. Voor Shackleton en zijn mannen zat er weinig anders op dan de winter in het pakijs door te brengen. 

Ondertussen dreef het schip terug noordwaarts met het pakijs. Met het inzetten van de winter, nam de ijsmassa steeds meer toe. De ijsplaten begonnen te breken en over elkaar te schuiven. De Endurance kwam in nauwe schoentjes te zitten. De druk op het schip verhoogde almaar. Niet veel later vertoonde het schip de eerste barsten. Na enkele dagen, op 27 oktober bij een temperatuur van -25°C, gaf Shackleton uiteindelijk het bevel het schip te verlaten. Alle levensmiddelen, de honderd sledehonden en enkele persoonlijke bezittingen werden van boord gehaald. Daar zaten ze dan, gestrand op 500 km van het dichtstbijzijnde vasteland. Twee pogingen om te voet het vasteland te bereiken faalde. Er zat niets anders op dan een kamp op te zetten en te wachten op het smelten van het pakijs zodat ze zich met hun reddingsboten een weg konden banen uit het ijs. Het kamp kreeg de naam ‘Patience camp’. Dit kamp zou drie maanden lang hun thuis worden. 

De drift bracht hen steeds verder naar het noorden. Op 8 april begon de ijsplaat waarop hun kamp was gevestigd plots te breken. Shackleton besloot dat het tijd was om de reddingsboten klaar te maken voor vertrek. In tussentijd waren ze genaderd tot op 160 km van het dichtstbijzijnde eiland, Elephant Island. Na drie dagen varen berekende Worsley dat ze nog geen vooruitgang hadden geboekt. In tegendeel, de weersomstandigheden hadden hun boten 50 km meer naar het zuiden gedreven. De boottocht zou uiteindelijk 6 dagen duren bij temperaturen tot -30°C..
Shackleton besefte dat redding nog niet meteen nabij was. Het eiland was onbewoond en werd immers zelden of nooit bezocht door walvisvaarders. Er zou niets anders opzitten dan de overtocht te maken naar South Georgia, een tocht van maar liefst 1200 km over een oceaan die bekend staat om zijn stormen. 

Na aanpassingen aan één van de reddingsboten, genaamd de James Caird, ging het gezelschap op 24 april 1916 in het amper 7 meter grote bootje op weg. Als hun navigatie er slechts een halve graad naast zou zitten, zouden ze het eiland missen en voorgoed verdwijnen in de onmetelijke oceaan. Na een ijskoude tocht waarbij hun kleren regelmatig met ijswater doordrenkt raakten, kwam op 8 mei South Georgia in zicht. Twee dagen later, na een orkaan te hebben doorstaan, ging het zestal aan land in King Haakon Bay aan de zuidkant van het eiland. De enige bewoonde nederzettingen bevonden zich echter aan de noordzijde. Shackleton, Worsley en Crean voorzagen de onderzijde van hun schoenen met houten vijzen van hun schip en begonnen aan de 51 km lange overtocht naar de noordzijde over een steil berglandschap en verraderlijke gletsjers. Zonder rust of slaap bereikten ze amper 36 uur later de basis van de walvisvaarders in Stromness Bay. Het verhaal gaat dat wanneer hij bij aankomst in het kamp zijn naam bekend maakte aan de leider van de walvisvaarder, deze in tranen uitbarstte. Eindelijk waren ze in veiligheid. 

Het zou nog vier pogingen vragen vooraleer Shackleton met een walvisvaardersboot kon terugkeren naar Elephant Island om zijn mannen in veiligheid te brengen. Wanneer het kamp in zicht kwam, telde hij zijn mannen: ze waren er nog allemaal. Midden augustus 1916, meer dan drie maanden nadat Shackleton zich op weg begaf om redding te zoeken voor zijn crew, konden ze dan eindelijk ontzet worden van het eiland. Ze werden in Punta Arenas onthaald als helden. 

De tocht die Shackleton en zijn mannen ondernamen over het vasteland van South Georgia, werd recent nog eens overgedaan door drie ervaren bergbeklimmers, in goede gezondheid en uitgerust met het beste materiaal. Zij deden er drie dagen over…

Shackleton stierf in 1922 aan een hartaanval op South Georgia tijdens de voorbereiding van een volgende expeditie. Hij werd begraven op het kerkhof in Grytviken, Cumberland Bay in South Georgia.

Mist, mist en nog eens mist...



De mist beperkt nog steeds ons zicht (PolE)

25/03 – Opnieuw mistig vandaag. We worden achtervolgd door een warmtefront dat ervoor zorgt dat het zicht beperkt blijft. Geen goed walvisweer dus...dachten we. Een grote concentratie vogels trekt onze aandacht.  Plots doorklieft een hoge rechte vin de golven: Orka’s! Een mannetje met één of twee vrouwtjes lijkt op jacht. De brug in rep en roer. Gauw verdwijnen de vinnen in de mist.

De aantrekkende wind brengt wat grote vogels in beweging. We zien maar liefst vijf soorten albatrossen. Naast Reuzen- en Koningsalbatrossen, komen ook de kleinere Wenkbrauw en Grijskopalbatrossen aangewaaid. Nieuw voor de trip is een korte maar duidelijk waarneming van Light-mantled sooty albatros. Verder zien we ook onze eerste Noordelijke reuzenstormvogel. Deze is slechts te onderscheiden van zijn Zuidelijke tegenhanger, waarvan de verspreiding overlapt, door de kleur van de snavelpunt. En het is niet altijd even evident om die te zien te krijgen wanneer deze vogels tegen hoge snelheid voorbij komen gezeild. Grey-backed storm petrel lijkt plaats te ruimen voor Black-bellied storm petrel. Twee andere nieuwkomers zijn Kerguelen en Grey petrel. 

Hourglassdolfijnen zwemmen een hele tijd met ons mee (PolE)
Nadat Henri gisteren twee Rockhoppers zag zwemmen, is het nu aan Gerald om er een Koningspinguin uit te halen. Helaas duikt deze snel onder wanneer het schip nadert. Niemand slaagt erin hem op te pikken. Tandengeknars. Gelukkig krijgen we snel een tweede kans. Vier Koningspinguins zwemmen op een afstand van 300m voorbij. Geen sublieme waarneming, maar toch al dat. Niet veel later is het weer prijs: vier dolfijnen zwemmen kort mee met het schip voor de boeg. Ze zijn pijlsnel, schieten van links naar rechts voor het schip door en komen maar heel kort boven. Niet makkelijk om er een naam op te plakken. Gelukkig laat onze positie van op de brug het toe ze te volgen terwijl ze onder water zwemmen. Het duidelijke contrast bevestigd ons vermoeden: Hourglassdolfijnen! Henri ging al vijf keer mee op een trip naar Antarctica en het is de eerste keer dat hij deze knapperds te zien krijgt. Niet later volgen nog twee groepjes. Het laatste groepje van zeven dolfijnen blijft maar liefst 45 minuten met het schip meezwemmen. Hoewel deze dieren ervoor bekend staan meestal enkel kort hun vin te tonen aan waarnemers, worden ze hoe langer hoe meer acrobatisch. Tegen het eind springen ze hoog boven het water uit en laten hun zwart-witte tekening uitgebreid bewonderen. Wauw!  

De Koereiger die we de tweede dag achter het schip zagen hangen, reist nog steeds met ons mee. Het arme dier probeert met alle moeite van de wereld het schip bij te houden. We vrezen dat hij het niet zal redden en uiteindelijk in de oceaan zal neerstorten en verdrinken…

Roseline en Gerald op de brug
26/03 – Hoewel de wind vannacht verder is aangetrokken tot een 7 beaufort, blijft een dichte mist het schip omhullen. De waargenomen aantallen vallen dan ook wat tegen. Gelukkig zorgen twee Macaronipinguins en enkele Koningspinguins voor enige  ambiance, wat ook geapprecieerd wordt door enkele bezoekers op de brug. Verder glijdt een enkele Reuzenalbatros, Donsstormvogel, Dark-bellied en Wilsons storm petrel en Reuzenstormvogel voorbij. Het schip ligt ook voor het eerst stil om enkele kalibraties uit te voeren aan de Hydrosweep, een toestel dat de komende weken een belangrijke rol gaat spelen in het wetenschappelijke werk hier aan boord. Met de Hydrosweep worden zogenaamde ‘vents’ en ‘seeps’ opgespoord op de oceaanbodem. Vents zijn warmtebronnen waaruit heet water opstijgt uit de oceaanbodem. Dat heet water is voornamelijk afkomstig van vulkanische activiteit in de zeebodem. Eigenlijk een beetje ‘onderwatergeisers’ dus. Deze vents en hun omgeving zijn erg interessant omdat ze vaak bijzondere soorten zoals bacteriën, maar ook wormen, krabben en garnalen herbergen die nergens anders in de oceaan voorkomen. Seeps zijn de koude tegenhangers van de vents. Uit deze seeps lekt waterstofsulfide, methaan en andere koolwaterstofrijke vloeistoffen die opnieuw een bijzondere habitat creëren op de zeebodem voor unieke organismen die enkel daar voorkomen.
De onfortuinlijke Koereiger die nog steeds met ons meereist wordt op het Helidek gezien. Zijn afhangende vleugels doen het ergste vrezen…

De Koereiger heeft duidelijk te lijden onder uitputting en honger (PolE)

Filmavond



Grey-backed storm petrel (PolE)
24/03 – Iedere dag begint met een controle van de verschillende dekken. ’s Nachts landen er immers vaak vogels die door het licht van het schip werden aangetrokken. Bepaalde vogels zoals albatrossen, pijlstormvogels en alkstormvogels hebben voldoende wind nodig of een bepaalde valhoogte  voor ze weer terug op de vleugels kunnen gaan. Op het schip is dat niet altijd mogelijk, daarom is het ook belangrijk dat we hen een handje helpen. Een eerste controle levert een stervende Grey-backed storm petrel. Het arme dier is vermoedelijk in de late nacht tegen het schip aangevlogen. Niet veel later verliest het stormvogeltje zijn doodsstrijd. Een zonde. René-Marie besluit het dier in te vriezen en mee te nemen om de museumcollectie van het KBIN aan te vullen.  

Koereiger op zoek naar andere oorden (PolE)
Om 7u beginnen we onze tellingen. Vandaag is het Donsstormvogels troef. Van overal komen ze met hun wilde kantelde zeilvlucht het schip voorbij geschoten tegen sneltreinvaart. Hun witte buik die afsteekt tegen de donkere ondervleugels en borstband maakt hen onmiskenbaar. Stilaan omgeeft een dichte mist het schip en beperkt het zich. Een aantal Wenkbrauwalbatrossen en een Reuzenalbatros houden ons gezelschap. Een Koereiger lijkt op zoek naar andere oorden en vliegt met het schip mee. Een enkele Grote pijl en Wilsons stormvogeltje vervolledigen de lijst. 

’s Avonds wordt alles in gereedheid gebracht op het voordek om een documentaire te tonen over de meest beroemde poolexpeditie ooit: De trip van Shackleton met de Endurance naar de Weddell zee. De beelden die getoond worden zijn de originele beelden die tijdens deze twee jaar durende expeditie werden gemaakt. Indrukwekkend is hierbij een understatement…
Filmavond op het voordek (Copyright Markos)

En weg zijn wij...



De Polarstern wacht op vertrek in Cabo Negro (PolE)
21/03 – Om 11u is het verzamelen geblazen en gaat het richting Polarstern, het onderzoeksschip van het Duitste Alfred Wegener Instituut. We pakken onze spullen en begeven ons naar Cabo negro waar de boot aangemeerd ligt om bij te tanken. We checken in, droppen onze bagage af en gaan dan gauw nog enkele laatste uurtjes genieten van de Chileense natuur. Een bezoekje aan de lokale kolonie van Maghellaenpinguins blijkt tevergeefs aangezien de broedtijd al even gepasseerd is en de kolonie nagenoeg verlaten. Mijn smeekbede om een Cinereous harrier, een soort kiekendief, wordt gehoord. Eén exemplaar trotseert de stevige wind waar Patagonië bekend om staat. We nemen afscheid van al dat moois en begeven ons opnieuw richting schip dat de komende drie weken ons thuis zal zijn. Bij aankomst krijgen we te horen dat de Polarstern waarschijnlijk vanavond niet meer zal uitvaren omdat er nog redelijk wat bagage vermist raakte tussen San Paulo en Punta Arenas. Ook enkele leden van de crew ontbreken nog. Sneu voor de wetenschappers die hun spullen missen, maar een goeie zaak voor ons team. Dat betekent immers dat we morgen tijdens de dag de Straat van Maghellaen zullen uitvaren in plaats van ‘s nachts, wat ons weer wat extra kans geeft om enkele vogels en dolfijnen te zien die enkel hier voorkomen.

Zuidelijk reuzenstormvogel (PolE)
22/03 – Om 7u30 wordt het ontbijt geserveerd. Een uitgebreid buffet met eieren, pannenkoeken, cornflakes en muesli allerhanden,… Dat belooft weer voor onze lijn ;-) De voorbije nacht zijn er al enkele vermiste stukken bagage terecht gekomen, maar toch zal er nog gewacht worden op de vlucht van 13u om de laatste stukken proberen te recupereren. Om 15u is het dan eindelijk zo ver. De Polarstern is klaar voor vertrek. Ons vijfkoppig Polar Ecology-team (PolE), dat bestaat uit René-Marie, Roseline, Henri, Gerald en mezelf, zal instaan voor de tellingen van zeevogels en zeezoogdieren langs het transect dat de boot zal afleggen in de komende weken.  We begeven ons naar de brug om alvast wat voeling te krijgen met de soorten.  Al gauw zien we onze eerste Zuidelijke reuzestormvogel vliegen. Niet veel later volgen ook Magellanic diving petrel en Chileense jager. Wanneer we om 10u op het helikopterdek staan voor de veiligheidsbriefing, zie ik heel kort een eerste Commersonsdolfijn, een kleine zwartwit getekende dolfijn. Even later blijkt dat René-Marie, Gerald en Roseline er eveneens twee hadden die even meezwommen op de golven van het schip. Mooi! 
Wenkbrauwalbatros (PolE)
Keizeraalscholvers en Rotsaalscholvers vliegen af en aan naar een klein eiland in het midden van de Straat. Ook een hele hoop Pelsrobben heeft hier een rustplaats gevonden. Plots een grotere vogel in de verte: onze eerste albatros! Een Wenkbrauwalbatros laat zich van dichtbij bewonderen. Wat een schitterende vogel! Om 20u30 valt de schemering in en wordt de telling stopgezet.



23/03 – Onze eerste dag op volle zee. Het is weer even wennen. Onze benen bevinden zich nog in landfase en zijn duidelijk de bewegingen van het schip nog niet gewoon. Het is wat heen- en weer waggelen geblazen vooraleer we de nodige stabiliteit vinden. Al gauw komen de eerste reuzen van de luchtruim ons tegemoet. Met een spanwijdte tot 3,50 m is de Reuzenalbatros samen met de Koningsalbatros de grootste vliegende vogel ter wereld. Doorheen de dag zien we ongeveer een twintigtal van elk passeren. Ze glijden over het zeeoppervlak alsof het geen enkele moeite kost. Wat later volgen twee zwemmende Grijskopalbatrossen, één van de ‘kleinere’ albatrossen. Ook de eerste stormvogeltjes laten zich bewonderen: Wilsons en Grey-backed storm petrel. Met hun dunne zwemvliezen lopen ze over het wateroppervlak op zoek naar eten. Het lijkt onwaarschijnlijk dat zo een klein teer vogeltje kan overleven ten midden van een woelige  oceaan.  Plots stijgt de spanning op de brug wanneer er in de verte geregeld water opspat: zeezoogdieren! En ja hoor, even later zien we een vin bovenkomen. We zijn er al snel uit dat het geen van de kleinere dolfijnen is. Maar wat is het dan wel? Nog enkele keren komt de vin boven, geen blow te zien. Mogelijk een jonge gramper? Niemand durft er met zekerheid een naam opplakken. Helaas. Tegen 20u is het donker en sluiten we de dag af met een overzicht van de geziene soorten en aantallen:

Teamvergadering (PolE)

20 Reuzenalbatrossen, 20 Koningsalbatrossen, 2 Grijskopalbatrossen, 1 Southern fulmar, 30 Cape petrels, 22 Grote pijlstormvogels, 20 Grey-backed storm petrels, 20 Common diving petrels, 50 Fur seals en heel wat Zuidelijke reuzenstormvogels, Wenkbrauwalbatrossen, White-chinned petrels, Grauwe pijlstormvogels en Wilsons stormvogeltjes vervolledigen onze lijst. Nog een bezoekje aan Zillertal, de bar aan boord om wat kennis te maken met de andere wetenschappers en dan ons bed in.
 





 

zondag 24 maart 2013

Afscheid van Chili


Zuid-Amerikaanse grijze vos

20/03 – Wakker worden en uitkijken op een majestueus berglandschap. Het blijft toch iets bijzonders. Een mens wordt er goedgezind wakker van. De eerste zonnestralen geven de bergtoppen een zachtgele gloed, de camping is nog muisstil. Nadat we ingepakt zijn, zien we een eerste Chileense sapspecht, vlakbij in een boom zitten . Na twee dagen honger lijden, hebben we wel zin in een stevig ontbijt. We begeven ons naar hotel Las Torres, waar een uitgebreid ontbijtbuffet op ons wacht. Een roereitje, wat fruitsap, broodjes, verse fruitsla en als afsluiter nog een brownie met noten...mmm :-) We kunnen er weer even tegen. De band gaan laten plakken, tanken en hop, weer op weg.
 


Op de uitkijk voor Bergbeekeend
We trekken dieper het park in op zoek naar Bergbeekeend, een mooi getekende eend die leeft in en op wilde bergrivieren met een sterke stroming. Onderweg passeren we schitterende landschappen, waarvan de heuvels voor een groot deel door vulkaninsche activiteit gevormd werden. De besneeuwde bergen met hun gletsjers en de helder blauwe bergmeren in combinatie met de moerassige vlaktes vormen een droomplaatje.Uiteindelijk komen we aan bij Lago Pehoé. De woelige helderblauwe bergrivier die Lago Nordernskjöld verbindt met Lago Pehoé dendert tegen hoge snelheid naar beneden. Hoe kan een eend in godsnaam tegen zo een kracht op? Maar blijkbaar lukt dat prima want even later zien we een juveniel dier vrolijk ronddobberen en duiken op zoek naar eten. Niet veel later zien we ook een prachtig getekend mannetje vlak langs de kant van de rivier.
Bergbeekeend

Magellaanse oehoe
Onderweg naar de uitgang van het park zoeken we tevergeefs nog naar Maghellaenspecht. Vorig jaar heeft een grote brand de boel hier in lichterlaaie gezet. Vele grote bomen en bosjes zijn daarbij in vlammen opgegaan. De spechten moesten elders onderkomen zoeken en het landschap oogt dor en schraal. Een auto die aan de kant van de weg staat nabij een van de weinige bosjes die gespaard bleven van de brand, trekt onze aandacht. Zou daar iets te zien zijn? En inderdaad, twee fotografen brengen er twee schitterende Maghellaense oehoes in beeld. Het vrouwtje zit rustig in een holle boom en laat zich makkelijk benaderen. Het mannetje, dat een stuk kleiner is, zit enkele meters verder op een tak. Knap! Tegen de schemering rijden we terug naar Punta Arenas waar we de volgende dag aan boord gaan van de Polarstern.


donderdag 21 maart 2013

Patagonië

18/03 - Na een lange dag op de luchthaven van Santiago, ging het dan eindelijk richting Punta Arenas. Om 2u 's nachts komen we aan bij hostel Al Fin del Mundo. Drie uur en half later gaat de wekker alweer. Ontbijten en dan de wagen in op weg naar Patagonië en meer bepaald het Nationaal park Torres del Paine. Ik ben erg benieuwd naar wat we mogen verwachten. Om meer vogels te zien, besluiten we via Argentinië naar Torres te rijden. Van Punta Arenas gaat het naar Punta Delgada, langs de Straat van Magellaan. Onze eerste Maghellaenganzen, Keizeraalscholvers, Dolfijnmeeuwen en Maghellaen scholeksters komen in het vizier. Iets verder laten enkele Peals' dolfijnen zich bewonderen vlak bij de kust. Dan begeven we ons landinwaarts in de uitgestrekte Patagonische steppe. Daar is het zoeken geblazen naar de Magellaenplevier. Zoutige meren in de Patagonische steppe worden afgespeurd op zoek naar deze vogel met knalroze pootjes. Dat levert o.a. Ruddy-headed en Ashy-headed goose, Two-banded plover en een hoop Rufous-chested dotterels op. Niet veel later zien we ook de eerste Nandu's, de lokale versie van de struisvogel. De uitgestrekte steppe is indrukwekkend. In de verste verte geen mens of huis te bespeuren. Enkel de grazende schapen verraden de aanwezigheid van mensen. Een probleem wanneer we plots beseffen dat we eigenlijk te weinig benzine hebben om de Argentijnse grens te bereiken. We stoppen bij een verzameling huizen dat een dorp moet voorstellen in de hoop daar wat bezine op de kop te kunnen tikken. Helaas. We kopen wat koekjes en water en keren dan terug richting Punta Arenas om te gaan tanken.

Met een volle tank vervolgen we onze weg. René-Marie zijn gevoel vertelt hem dat er Tawny-throated dotterel moet zitten op een gegeven plaats op de steppe. We stoppen. Nog geen twee seconden later wordt zijn gevoel bevestigd. Maar liefst 26 dotterels lopen kriskras door elkaar door de lage vegetatie. Knap! Tegen de schemering spot Roseline een stinkdier (Humboldts Hog-nosed skunk) in de steppe vlak tegen de weg. We stappen uit en gaan wat dichterbij. Hier lijkt zich niets aan te trekken van onze aanwezigheid en graaft er lustig op los op zoek naar ongewervelden. Zalig! Wanneer het donker wordt hebben we nog een heel eind te rijden in de Argentijnse steppe vooraleer we opnieuw de Chileense grens bereiken. Om 22u15 bereiken we dan de grenspost. Helaas zijn we net een kwartier te laat en is de grens gesloten. Dat betekent dat we moeten omrijden naar een andere grensovergang die nog open is wat ons drie uur extra zal kosten. We hebben om 6u 's ochtends met de gids afgesproken aan de ingang van Torres del Paine afgesproken dus we moeten door. Om 2u30 bereiken we dan uitgehongerd en doodmoe de Sarmiento ingang. Gauw de tent ergens opzetten en gaan slapen.

De kittens begeven zich verder van het struikgewas
Mama poema op de uitkijk
19/03 - Na een korte nacht ontmoeten we onze gids Jose aan de inkom van het park. Hij gaat proberen ons vandaag een poema te laten zien. We worden alvast verlekkerd met de boodschap dat er de dag tevoren een vrouwtje met twee jongen gezien werd op een 'kill'. Een wandeling van een kilometer brengt ons bij de plek waar de dode Guanaco ligt, door de poema bestopt met gras om de prooi te verbergen voor andere aaseters als Caracara's en Andescondors. Wanneer een poema een prooi heeft gedood, eten ze er meestal meerdere dagen na elkaar van en blijven ze vaak relatief dicht in de buurt. We zetten ons op de bergflank boven de prooi. Nu is het wachten geblazen. Een uur later is het al prijs: René-Marie ziet onder een struik waar hij vogels in zag zitten een poema liggen! Voor we het dier goed konden bekijken verdween het opnieuw onder het struikgewas. Niet veel later zien we door de takken heen twee jonge poema's spelen. Zalig! Het vrouwtje moet dan zeker ook in de buurt zijn. Iets later begeven de twee jongen zich naar een meer open terrein naast het struikgewas. Ze spelen wat en leggen zich vervolgens te slapen. Zo schattig! De gids stelt voor dat we om 12u vertrekken, iets gaan eten en tegen 16u30 terugkomen, de tijd wanneer de poema's meestal wakker worden om te gaan eten van hun prooi. Maar Roseline, Gerald en ik willen van geen wijken weten. We besluiten te blijven terwijl René-Marie voor eten zal zorgen, aangezien we in ons enthousiasme geen eten of drinken hebben meegebracht. De jongen worden regelmatig wakker en verleggen zich, maar nog geen spoor van de moeder. Onze magen knorren. Tegen 17u komt René-Marie terug met de gids en een hoop eten dat snel verslonden wordt. Ha, dat smaakt! Iets later komen de jongen dan tevoorschijn. Ze hollen achter elkaar, worstelen wat en bespringen elkaar van achter de struiken. Een zalig zicht! Net twee kleine kittens :-) Ze begeven zich alsmaar verder van het struikgewas. Tijd voor mammie om wakker te worden. En ja hoor, niet veel later is ze daar. Een krachtige grote kat begeeft zich argwanend op het open terrein. Indrukwekkend! Ze kijkt of de kust veilig is, terwijl de jongen de berg ophuppelen. Voorzichtig begeeft ze zich naar de achterkant van de berg van waar ze nauwlettend de jongen in het oog houdt. Wanneer de jongen een half uur later weer naar het struikgewas spurten, volgt de moeder ook. Een schitterende dag met fantastische waarnemingen. Tijd om afscheid te nemen en op zoek te gaan naar een stevige maaltijd en een fris pintje. Dat hebben we wel verdiend!

zondag 17 maart 2013

Parking

Na de Andes ging het terug richting kust, meer bepaald naar Pichilemu, het surfersmekka van Chili. Na vijf uur rijden en alweer een zoektocht komen we aan in Hostal Punta de Lobos. Een zalig rustig hostel onder een schitterende heldere sterrenhemel. Uitgehongerd begeven we ons richting Pichilemu waar we net voor sluitingstijd nog een fantastische quiche op de kop weten te tikken. Eindelijk eens een warm vegetarisch gerecht want dat blijkt hier geen evidentie. Ik overleef de laatste dagen dan ook vooral op sla, pizza en papas fritas :-) Nog even genieten van de stilte, de sterren en een glaasje wijn en dan naar bed.

Zaterdag 16/03 - We beginnen de dag rustig met de overschot van de quiche van gisteren en de laatste dingen die nog geregeld moeten worden voor ons verblijf in Torres del Paine in het zuiden van Chili. Enkele Californische kuifkwartels komen langs gelopen terwijl we op het terras genieten van de eerste zonnestralen. Tegen 12u rijden we door naar Laguna Petrel langs de kust ten noorden van Pichilemu. Na een probeersel tot conversatie in ons beste Jean-Marie Pfaff Spaans met de eigenares van de lagune, zien we algauw een reeks nieuwe leuke soortjes: White-faced ibis, Snowy-crowned tern, Sierlijke stern, Amerikaanse schaarbek, Willet, Bairds strandloper, Amerikaanse bontbekplevier en Collared plover. Enkele Grote geelpootruiters lopen tussen de Kleine geelpootjes, leuk om ze eens naast elkaar te zien. Wanneer we naar de westzijde van de lagune lopen over het strand, zien we ook nog een klein beestje lopen op het slik dat we eerst voor een strandloper hielden. Maar niets is minder: Rufous-chested dotterel! Het beestje laat zich rustig benaderen tot op enkele meters. Mooie waarneming, zalige vogel! Nog even met de voetjes in de oceaan (koud!) en dan opnieuw richting Santiago. Onderweg stoppen we nog bij een stort dat vol zat met Chimango caracara's, Koereigers en Zwarte gieren. We parkeren onze wagen in een ondergrondse parkeergarage en sluiten de dag relaxed af op een warm terras met een lekkere vegetarische taco en een cerveza Royal.

Rufous-chested dotterel
Zondag 17/03 - Om 3u30 opgestaan om onze vlucht te halen richting Punta Arenas, in het zuiden van Chili. Wanneer we naar de auto willen gaan, blijken alle uit- en ingangen van de ondergrondse parking gesloten. Ons Spaans is niet al te best, maar gisteren hebben we nochtans navraag gedaan bij meerdere mensen die één voor één uitdrukkelijk beweerden dat je ten alle tijden nog uit de garage kon, al was die op zondag eigenlijk gesloten. Niet dus. Daar staan we dan: 4u 's morgens, een vlucht die over twee uur vertrekt en niets dan dronken mensen op straat om iets aan te vragen in de drie woorden Spaans die je kent. De minuten verstrijken snel en de vrouw achter de balie van ons hotel graaft zich als een echte speurneus in in de wereld van de ondergrondse parkings in de hoop iemand te pakken te krijgen die ons kan verder helpen. De klok tikt. Uiteindelijk lijkt ze iemand gevonden te hebben. Linea directa naar ginds. Helaas, het blijkt uiteindelijk om een andere parking te gaan... Opnieuw richting hotel. Ondertussen werd het al te laat om onze vlucht nog te halen. Dan maar terug naar bed en hopen dat er binnen een uur of twee wel iemand is. En inderdaad, om 7u45 reageert er eindelijk iemand en kunnen we de parking op. Nu snel naar de luchthaven om nog een nieuw ticket te boeken, de auto af te leveren en hopen dat we vandaag nog richting Punta Arenas geraken... De eerstvolgende vlucht waar nog plaats op is, vertrekt om 21u05. Dat betekent een ganse dag doorbrengen op de luchthaven... Zucht, en dat in zo een knap land waar nog zoveel te zien is. Helaas, niets aan te doen. We planten ons buiten en genieten nog een laatste dag van de warmte en de zon in Santiago voor we naar het koude(re) zuiden vliegen...

zaterdag 16 maart 2013

Andes

Yerba Loca

Donderdag 14/03 - Vandaag trekken we de hoge Andes in. Eerste gebied op het programma is Yerba Loca, een natuurreservaat. Het gebied maakt onmiddellijk een diepe indruk op ons. Woeste bergen doorsneden door een helderblauwe bergrivier. De flanken zijn bezaaid met rotsen en begroeid met lage vegetatie , gras en her en der verspreid wat bomen. Langs de kant van de weg zien we onze eerste specht zitten op een paal ten midden van een hoop Rufous-collared sparrows: striped woodpecker. Het afspeuren van de grazige hellingen levert een Chileense sapspecht op in het topje van een dorre boom. Wanneer ik mijn telescoop in stelling had gebracht om de soort een wat beter te bekijken, bleek er ondertussen op zijn plaats een Austral pygmy owl, de plaatselijke dwerguil te zitten. Twee leuke soorten zomaar vlak na elkaar in één boom. Het zit ons beter mee dan gisteren ;-) Iets verder langs de weg een Californische kuifkwartel. En nog één. En nog één. En nog één. Ze bleven maar uit de berm tevoorschijn komen. In totaal telden we  er een stuk of 15, een koppeltje met jongen. En dan de parel op de kroon: twee juvenviele en één volwassen Andescondor! Met een spanwijdte tot 3m10 de grootste roofvogel ter wereld. Tegen de middag besloten we het gebied te verlaten en verder omhoog te rijden richting La Parva, een skioord 2400 m hoog in de Andes. Met het stijgen voelden we de druk op onze oren en hoofd toenemen. Even goed slikken, een terrasje langs de weg doen, wat genieten van het schitterende uitzicht en dan verder omhoog. Ondanks de veelbelovende commentaren, kan dit gebied ons niet echt bekoren. Overal in deze woeste natuur vind je de hand van de mens: hotels, skipistes en bijbehorende liften, schermen ontsieren er het landschap.  Onze zoektocht leverde er wel enkele nieuwe soorten op oa Aplomodovalk, maar evenzeer een wrang gevoel, zeker omdat we hiervoor het prachtige Yerba Loca vroegtijdig verlieten.
Californische kuifkwartel
Van de grote hoogte duiken we terug de diepte in richting San Alfonso, een klein stadje ten zuidoosten van Santiago waar we zullen overnachten. Na alweer een uitgebreide zoektocht naar onze cabana, die uiteindelijk achterin op een privéweg te vinden was, kruipen we moe maar tevreden onder de wol.

El Yeso
Vrijdag 15/03 - De helse zoektocht gisterenavond naar de cabana blijkt zijn tijd meer dan waard te zijn geweest. We worden wakker met zicht op een fraai berglandschap waarvan de pieken al belicht worden door de eerste zonnestralen. Een mens zou van minder gelukkig worden. Snel alle spullen inpakken en richting het stuwmeer van El Yeso. Een ruige rit over onverharde wegen voert ons opnieuw door een woest berglandschap, doorklieft door een helderblauwe, al even woeste bergrivier. De  bergen die ons omringen hebben de meest prachtige kleurschakeringen gaande van paars, groen over blauw tot bruin. Na anderhalf uur en een mooie ontmoeting met een Moustached turca, een soort Tapaculo,  bereiken we het stuwmeer. Het meer is van een blauw zoals alleen bergmeren blauw kunnen zijn. De omgeving is adembenemend. We begeven ons naar de achterzijde van het meer waar we in de drassige beekgeleidende weilanden op zoek gaan naar de Holy Grail van de Andes: de Diadeemplevier. Met mijn sandalen aan zak ik enkeldiep weg in het met modder gemengde koude bergwater terwijl we het drassige gebied afzoeken. Na anderhalf uur zoeken ziet het ernaar uit dat onze zoektocht tevergeefs zal zijn. Na een blik op de klok besluiten we ons nog niet gewonnen te geven en gaan nog een laatste keer tot het uiterste om dit kleine watervogeltje te vinden. Ik zoek de kanten van het plasdrasgebied op en stoot daarbij twee Zuid-Amerikaanse watersnippen op. Dat is toch al iets. Ik ben net aan het overwegen of ik die brede, halve meter diepe en ijskoude bergbeek ga overspringen, toen Gerald riep. Prijs! Een koppeltje Diadeemplevier trippelt vrolijk rond over het slijk tussen het gras. Wat een eer om in zo een schitterende omgeving zo een mooi beestje te mogen aanschouwen. Een adulte Andescondor die boven onze hoofden zweeft maakt het plaatje af. Het hele gebied en de Diadeemplevier in het bijzonder laten een grote indruk op ons achter en we genieten de ganse rit naar de kust nog van na.

Diadeemplevier

vrijdag 15 maart 2013

De kust



Peruviaanse pelicaan, Peruviaanse Jan-van-Genten en Incastern 
Di 12/03 – Na een verkwikkende  nacht en wat inkopen ging het richting Montemar, een stadje wat verder aan de kust. Uit vorige reisverslagen konden we opmaken dat dit een goede plaats was om Incastern te zien, een van onze favoriete doelsoorten. Wanneer we de locatie bereiken, trekt onmiddellijk een grote, volledige witgekalkte rotsformatie onze aandacht. Snel verrekijker en telescoop tevoorschijn toveren. En ja hoor, het is prijs! De volledige rots zit vol met zeevogels: Peruviaanse Jan-van-Genten en pelikanen, Neotropic cormorants, Steenlopers,Surfbirds en jep, ook een hoop Incasterns. Heel leuke beesten, zo met die witte naar buiten krullende snorretjes J Ook een kolonie zeeleeuwen heeft de rots uitgekozen als rustplaats. ’t Is een gezellige bende. Een hoop friemelende dikke worsten die kriskras door, onder, op  en over  elkaar liggen en af en toe beweegt er eens een flipper heen en weer of wordt er wat gespeeld. Ze lijken even hard van de zon te genieten als wij. Enkele proberen vanuit de zee de rots op te geraken, maar met de sterke stroming is dat niet altijd even evident. Pardoes terug de zee in. Een leuk schouwspel. Het scannen van de zee levert verder nog een flinke reeks Guanay en enkele Roodpootaalscholvers op, een vermoedelijke Zuidpooljager en twee Humboldt pinguins.
Monding Rio Aconcagua

Wat verderop aan de kust bezoeken we de monding van de Rio Acongagua. Een knap gebied afgezoomd door hoge duinen. Helaas staat de rivier zo goed als droog en hoeven we dus niet meer te hopen op enkele van de voorspelde watergebonden soorten. Toch levert een wandeling door het gebied nog enkele andere leuke soorten op. Een mooie waarneming van Tufted tit-tyrant, een kruising van een mees en een vliegenvanger met een geinig kuifje op zijn kop. Ook Des Murs’ wiretail verrast met zijn bijzondere staart met lange draadachtige veren. Enkele kalkoengieren zweven rustig door het luchtruim en spelen wat op de wind. Verder nog noemenswaardig: Spectacled tyrant en Great shrike-tyrant.
Daarna verlieten we de kust en trokken het binnenland in, naar Olmue.


Woe 13/03: Vanuit Olmue is het niet ver rijden naar La Campana. Dit natuurgebied is zo’n 80 km² groot en wordt gevormd door een reeks valleien, ravijnen en bergen tot 2200 m hoog. De bergwanden zijn bekleed met verschillende types bos. Het is een van de laatste plaatsen waar nog oer-palmbos te vinden is. Nadat we onze wagen beneden achterlieten is het klimmen geblazen. Ter hoogte van de eerste picknickplaats zien we enkele Thorn-tailed rayadito’s en Tufted tit-tyrants. Wat hogerop horen we verschillende Tapaculo’s maar krijgen er ondanks veelvuldig proberen helaas geen enkele te zien. Wel trekt iets anders onze aandacht: een grote harige vogelspin kruist ons pad. Eerste keer dat ik er eentje live te zien krijg. Cool! Ondertussen volgen twee straathonden ons trouw als honden kunnen zijn. Van vogels kijken komt niet veel meer in huis. Tijd om naar het volgende gebied te vertrekken.
Ons volgende bezoek brengt ons naar Estero Lampa. Na lang zoeken blijkt het meer geen water meer te bevatten. We vermoeden dat Chili een lange droge zomer achter de rug heeft.  Ook het meer van Batuco staat zo goed als droog. Gelukkig beweegt er wel nog wat in de struiken…en op de grond. Ons eerste konijnuiltje! Dit kleine uiltje dankt haar naam aan het feit dat ze in oude konijnenholen broedt. Overdag staan ze vaak buiten op hun lange poten van de zon te genieten, zoals nu het geval is. Onze lange zwerftocht rond het meer en over privédomeinen op zoek naar een toegangsweg  leverde dan toch nog iets op.
Konijnuiltje op de uitkijk
 ’s Avonds ging het richting Santiago, waar Gerald een hotel geboekt had in het centrum van de stad. Zoals iedereen weet, moet je niet op het spitsuur een hoofdstad proberen binnenrijden. File  troef! Onze GPS helpt de chaos nog groter te maken door onduidelijk instructies te geven en ons in rondjes in de hoofdstad rond te laten toeren in alle drukte. Na een uur hebben we onze buik er meer dan vol van en besluiten op zoek te gaan naar een hotel in  Lo Bernechea, een stad aan de oostrand van Santiago. Deze stad vormt in de winter de uitvalsbasis van vele skiërs, dus voldoende hotels aanwezig. Onze GPS gidst ons naar een leuk hotel aan de rand van de stad. Een statige ontvangsthal met open haard en een ruim salon, een ruime glaspartij en een terras met een schitterend uitzicht over de Andes doen ons gelijk alle drukte vergeten.

dinsdag 12 maart 2013

Goeiemoooorgen Chili!

Ondertussen zijn we aangekomen in Chili, na een vermoeiende vliegreis. Pijnlijke schouders, stijve benen en een voos hoofd werden al gauw vergeten onder de pracht van het Chileense landschap. Santiago de Chili ligt aan de voet van de Andes. Het landschap is er dor en woest. De bergen rijzen op uit het niets en staan er oeroud te wezen. De zon schroeit het land.

Lake duck met jongen
Vanuit Santiago de Chili ging het onmiddellijk richting kust. Zon, zee, warmte en wat vogels, wat wil een mens nog meer na een lange, grijze Belgische winter? :-) Onderweg zien we de eerste Chimango Caracara's, Turkey vultures, een hoop Southern lapwings (een soort kievit) en wat geduif. Na de nodige inkopen in een lokale supermercado begeven we ons naar een klein meer langs het strand in Cartagena. Goed voor Snowy egret, een hoop leukje eendjes, Amerikaanse scholekster, Kleine geelpootruiter, Hudson grutto, Kelpmeeuwen, schitterende roos getinte Franklin's meeuwen, Brown-hooded gull, Austral negrito, Grass wren, Silvery grebe en White-tuffed grebe etc... Een blik op zee leverde ook meteen onze eerste pinguin op! Een aantal Humbolts pinguins dobberden vrolijk rond op de golven terwijl de lucht doorkliefd werd door Peruviaanse Jan-van-Genten en pelikanen. Ook het eerste zoogdier liet zich bewonderen: een joekel van een beverrat slalomde tussen de watervogels door. Hoewel het een exoot is in België, hoort deze rat van nature wel thuis in Zuid-Amerika. Net een zwemmende Capibara, bedacht ik nog :-)

Beverrat
Na Cartagena ging het naar El Tabo. Daar bezochten we Laguna El Peral. Net als in Cartagena viel ook hier op dat er wel wat aandacht en geld wordt besteed aan de inkleding van de reservaten. Verschillende nieuwe houten uitkijkplatforms werden er verbonden door een netwerk van paden afgebakend met houten omheining. Bij het verlaten van de wagen hadden we onmiddellijk onze eerste nieuwe soort en wat voor één: een Green-backed firecrown. Onze allereerste kolibrie! Wat een eer om zo'n dier eens live aan het werk te zien. Zoevend van bloem naar bloem, vleugels pijlsnel naar voor- en achteren bewegend. Schitterend! Aan het meer zelf volgden al snel Plumbeous rail, Spot-flanked gallinule, Zwarthalszwaan, Black-headed duck, Thorn-tailed rayadito, Plain-backed tit-spintail en Rufous-tailed plantcutter. Wat later konden we ook Wren-like rush bird en White-tailed kite aan onze lijst toevoegen. Tijd voor een pintje! :-)

Ondertussen begon de zon in de zee weg te zakken en werd het gevoelig frisser. Tijd om de lange broek weer boven te halen. Een laatste stop langs de ruige Chileense kust leverde nog Amerikaanse zwarte scholekster op. Onderweg naar het hotel in de buurt van Valparaiso liet ook een Zuid-Amerikaanse Grijze vos zich nog uitgebreid bewonderen. Een mooi einde van een eerste dag! Nu nog de hongerige magen stillen en dan proberen wat nachtrust in te halen om morgen weer fris aan onze dag te kunnen beginnen.
De ruige Chileense kust in de avondzon